16-03-2026

EEN VROUW EN HAAR MINNAARS

 Denise heeft veel van de mannen gehouden, en daarmee begon ze al vroeg. Als meisje werd ze een 'jongensgek' genoemd; als jonge vrouw wisselde ze zeer geregeld van vriend; als echtgenote vond ze het heerlijk om door een hitsige man in een hoek gedrukt te worden. Inderdaad, monogamie was niet aan haar besteed. Haar echtgenoot legde haar geen strobreed in de weg. Hem kon ze alles wijsmaken. Dat ze een klassieke film wilde zien in het filmhuis, een lezing wenste bij te wonen in de bibliotheek, naar een concert ging in de schouwburg. Omdat haar man cultureel buitengewoon onontwikkeld was en dus nauwelijks wist waar al die cultuurtempels lagen, knikte hij haar afwezig toe en sloeg zijn krant open. Nooit zei ze dat ze van plan was een vriendin op te zoeken. Hij wist dat ze die niet had.

Op haar vijfenveertigste had Denise haar droom verwezenlijkt. Ze beschikte over drie minnaars, die elk hun eigen dag toegewezen kregen: Sjaak de zondag, Gerard de woensdag, John de zaterdag. Ik zal ze alle drie voor u tegen het licht houden.

Sjaak was zestien jaar jonger, en dat straalde hij ook uit: zwarte krullen, borsthaar, gebruind, gespierd, helaas een kop kleiner dan Denise. Praten deden ze niet zoveel, maar ze zaten wel voortdurend aan elkaars lichaam. Gerard was natuurlijk heel anders, want Denise streefde nadrukkelijk naar afwisseling. Met Gerard had ze een intellectueel in huis. Hij las de kwaliteitskranten, volgde de nationale en internationale literatuur, kon haar de politieke toestand in de wereld uitleggen, die ze ook begreep, want dom was ze niet. Ze kon dus met hem pronken in voornaam gezelschap; ook uiterlijk, want hij stak qua lengte boven iedereen uit, en bleef slank. De seks? Meer dan u denkt.

Maar het hoogtepunt - in alle opzichten - van de week was en bleef de zaterdag. John! Ongeveer vijftien jaar ouder, en uiterlijk eigenlijk een onaantrekkelijke man. Kalend, gezet, onderkin, kromme benen, want hij had vroeger gevoetbald. Cricket was beter geweest, maar je kunt niet alles hebben. En toch, hij had wat voor vrouwen. Ze begonnen altijd wat te giechelen als hij binnenkwam, aan hun haar te frutselen, voorzichtig omkijkend waar hij nou bleef. Maar hij kwam voor Denise en die liet hem niet aan een ander over, want ze was gek op hem.  Zijn zachte stem, zijn humor, zijn talent om juist die vragen te stellen waar een vrouw graag een antwoord op wil geven...het zal allemaal een rol gespeeld hebben. In haar gedachten bleef ze voor en na de zaterdag met hem bezig. 

U denkt nu aan een happy end, zoals Hollywood dat zo goed kan: ze krijgt van elke man een kind, ze kopen gezamenlijk een groot huis, de minnaars sluiten vriendschap, en met zijn zevenen leefden ze nog lang en gelukkig. Nee, dus. Denise heeft het me allemaal verteld, want we hebben geen geheimen voor elkaar. Zij was mijn vrolijke buurmeisje, ik die jongen die altijd las. De man die de neergang inzette, was haar echtgenoot.

Hij had al die jaren wel degelijk wat doorgehad, maar door een cocktail van verliefdheid, gemakzucht en hoop op haar terugkeer niets willen doen. Hij wenste een snelle scheiding, Denise raakte humeurig en verward door die plotse ontwikkeling, met als gevolg dat Sjaak met de noorderzon vertrok. Nooit heeft ze meer iets van hem gehoord.

Toen ze op dit punt in haar verhaal aanbeland was, viel me iets op. Ze kleedde zich nog steeds voortreffelijk, haar kapsel was volgens de laatste mode en zichzelf opmaken lukte ook. Ze was nu echter wat smaller in het gezicht, de rimpels konden niet helemaal weggewerkt worden, en had ze vroeger niet wat dikker haar? Ouder worden? Hoe staat Denise daar tegenover? Terwijl ik het haar vroeg, viel het me op dat haar ogen nog even flitsend en levendig waren als vroeger.

"Ach, weet je wat het was? Gerard en John bleven over, maar dat was ook zo spannend niet meer. Ze kwamen wat later, gingen eerder naar huis, en weet je wat zo gek was? Het kon me niet schelen. Die twee hebben me wel veel kennis bijgebracht, schrijvers genoemd, filmtitels doorgegeven. Ik lees veel, bezoek tentoonstellingen, ga naar concerten. Ik heb die kerels niet meer nodig. Ach, alles in het leven is tenslotte eindig."

02-03-2026

JEKYLLE EN HYDE

Auteur  Robert Louis Stevenson (Edinburgh; 1850 - 1894) leidt je als lezer rond door het Londen zoals hij dat zelf gekend heeft: mistig, kil en Victoriaans streng. Zijn hoofdpersoon, advocaat Utterson, past goed in die tijd. Wat stuurs, altijd in de plooi, afgemeten pratend, terughoudend van aard. Zijn goede vriend Enfield, een zakenman, is al even beheerst en ingetogen. Betrouwbare, maar saaie mannen dus, tevreden met de wereld waarin ze leven. Vrouwen spelen geen rol.

Daarom weten ze totaal geen raad met de vreemde gedragingen van een andere gemeenschappelijk vriend: Henry Jekylle. Deze is arts, maar ook geïnteresseerd in allerlei vormen van wetenschap. Tot Uttersons ontsteltenis heeft hij een testament opgesteld ten behoeve van ene meneer Edward Hyde, en dat gedeponeerd bij Utterson. En wie is Hyde?

Een kleine, angstaanjagende, uiterst onaangename man, die zeer agressief kan optreden en kennelijk op vriendschappelijke voet staat met Jekyll, want deze heeft zijn bedienden de opdracht gegeven Hyde te allen tijde toegang te verlenen tot zijn huis. Daar komt voorlopig een einde aan als Hyde een jaar later sir Danvers Carew vermoordt, een vooraanstaand parlementslid. Hyde is spoorloos. Utterson bezoekt Jekylle. die nadrukkelijk bevestigt dat hij definitief met Hyde heeft gebroken. Voor het vinden van de moordenaar wordt een beloning van enige duizenden ponden uitgeschreven.

Maar het blijft geheimzinnig rond Jekylle. Hij trekt zich vaak terug, wenst geen bezoek. Een oude, gemeenschappelijke vriend, Lanyon, stuurt Utterson een brief die hij pas mag openen als Lanyon gestorven is: het vermoeden bij Utterson en de lezer rijst dat dit alles met Jekylle te maken heeft. Veel wordt duidelijk als een bediende van Jekylle vraagt of Utterson langs wil komen. Bij een inspectie in diens werkkamer treffen ze een afscheidsbrief aan, samen met een document waarin hij alles uitlegt. Twee brieven, één van Lanyon en de ander van Henry Jekylle ronden deze spannende en wijze novelle af.

 Waar gaat The Strange Case of Dr Jekylle and Mr Hyde nu eigenlijk over? Wat is er zo wijs aan? Al jong raakt Jekylle geobsedeerd door de gedachte dat de mens een gespleten persoonlijkheid heeft: het goede én het kwade heersen in hem. Hij kende zichzelf goed genoeg om de ene keer vol overtuiging iets schandelijks te doen, om kort daarna een weldaad te verrichten. Zou er misschien een middel te vinden zijn om één van die twee op te roepen? Na jarenlang in zijn laboratorium proeven genomen te hebben, waagt hij het erop. Hij fabriceert een drankje en drinkt. Als de heftige pijnen langzaam verdwijnen, stijgt een gevoel van gelukzaligheid bij hem op; tegelijkertijd komt er een drang tot roekeloos gedrag naar boven, en ongewoon sensuele fantasieën.

Als hij daarna zichzelf in een spiegel bekijkt, ziet hij een gedrocht met een woeste uitstraling. Edward Hyde is geboren. Aanvankelijk kan hij zelf regelen wanneer hij Jekylle is, en wanneer Hyde. Maar als hij 's ochtends wakker wordt in de gedaante van de slechterik en hij de grootste moeite heeft om zijn goede zelf op te roepen, begrijpt hij dat het kwade in hem zal overwinnen. Na veel strijd rest hem slechts één uitweg.

U en ik beseffen dat mensen uit één stuk niet bestaan. Dat oorlogen, hongersnood, levensgevaar iemand totaal kan veranderen, zowel positief als negatief. En wie heeft er geen duister plekje in zijn ziel? Wie voelt zich heimelijk niet af en toe aangetrokken tot opwindende daden, waarvan de buren niks mogen weten? De mens zit gecompliceerd in elkaar.

In zijn eigen tijd was Stevenson een beroemdheid, in de loop van de twintigste eeuw nam zijn aanzien sterk af, maar momenteel wordt hij weer gezien als een belangrijk en invloedrijk schrijver. Befaamde auteurs als Marcel Proust, Arthur Conan Doyle, Ernest Hemingway, Vladimir Nabokov en Jorge Luis Borges prijzen hem de hemel in. Zijn grootste kracht? Je blijft je steeds afvragen hoe het afloopt.
Robert Louis Stevenson, Het vreemde verhaal van Dr. Jekylle en Mr. Hyde. Vertaald uit het Engels (maar door wie?). Rainbow, Amsterdam, 2025. 112 blz. Oorspronkelijke titel: The Strange Case of Dr. Jekylle and Mr. Hyde. (1886).