Ongetwijfeld een beminnelijk man, deze Nicolaas Beets (Haarlem, 1814 - 1903). Nu kennen we hem uitsluitend van zijn Camera Obscura, waarover later, maar zelf zag hij zich vooral als een dichter. Gezellig, opgewekt, vol spot en humor, wist hij overal waar hij was vrienden te maken.
Dankzij zijn liefdevolle ouders groeide hij op in een aangenaam gezin, zodat hij later kon terugkijken op een gelukkige Haarlemse jeugd. Zijn vader had als apotheker een eigen zaak. Natuurlijk zou zijn oudste zoon die eens overnemen, maar die gruwde van al die potjes en flesjes. We zijn in de negentiende eeuw, beste lezer, waar vaders wil wet is. Maar pa Beets liet zich overtuigen, en Nicolaas trok naar Leiden om theologie te studeren.
Nicolaas' literaire talent werd al gauw zichtbaar; als zestienjarige verscheen al een vers van hem in druk. En met gedichten zal hij zijn hele lange leven bezig blijven. Talloze dichtbundels publiceerde hij en daarnaast ook verhalende poëzie. Jarenlang was de excentrieke, nogal zwaarmoedige Engelse poëet Byron zijn supergrote voorbeeld.
Tijdens zijn studie stelt professor Van der Palm hem zijn kleindochter voor. Ze heet Aleide van Foreest, en, erg belangrijk, ze is een jonkvrouw, dus van adel! Hiervan had Nicolaas, eerzuchtig als hij was, altijd gedroomd. Een vrouw van adel geeft je toegang tot de hogere kringen! Eind 1836 de verloving, in 1840 het huwelijk. Ook in de verlovingstijd mochten ze nooit samen zijn; iemand moest hen altijd vergezellen.
Om maatschappelijk te slagen had hij nog een tweede doel: predikant worden, en het liefst in een gemeente die aanzien heeft. Het wordt Heemstede, en wel van 1840 tot 1854. Het grootste gedeelte van Nederland was protestant, de rest katholiek. Het geloof was een grote steun: God is Liefde. En zo dacht eigenlijk iedereen. Aanvankelijk was hij streng, maar later nam hij afstand van het orthodox - christelijke. Hij werd gematigder, en dus optimistischer: wie oprecht in Christus gelooft, maakt alle kans de hemel te bereiken. Heemstede zal hem de gelukkigste jaren van zijn leven schenken.
Kort voordat hij aan het serieuze leven aldaar begint, verschijnt in 1839 het prozawerk dat hem zijn hele leven zal blijven achtervolgen: de Camera Obscura. Vooral in de jaren vijftig en daarna zal het telkens weer herdrukt worden. Beets gebruikte de schuilnaam Hildebrand en liet een student die zo heet een rol spelen in diverse verhalen. Dat geeft hem de gelegenheid om zich mild spottend uit te laten over de vaste gewoontes, de sociale controle, de kortzichtigheid van zijn tijd, die wel de Biedermeierwereld genoemd wordt. Biedermeier? Huiselijk geluk, liefde voor vrouw en kinderen, vaderlandsliefde, koningshuis en de christelijke godsdienst: dit gedachtegoed héérst in het Nederland van de negentiende eeuw. Beets is in de Camera overigens duidelijk schatplichtig aan Dickens met zijn Pickwick Papers.
Naarmate de jaren verstreken werd het boek steeds populairder. Men kreeg heimwee naar die romantische tijd die Beets zo fraai had opgeroepen: trekschuit, diligence, stadspoorten, pruiken, neepjesmutsen...wat heerlijk! Bovendien: was het allemaal ook niet echt Nederlands zoals hij het beschreef? De mensen, de gebruiken, de stadjes? Nou, dan! Even een tip van mij: de verhalen die u echt gelezen moet hebben, zijn: De familie Stastok, Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout, Een oude kennis (!), De familie Kegge, Gerrit Witse.
Vanaf zijn benoeming als predikant in Heemstede in 1840 stijgt zijn aanzien, later zijn roem, gestaag. Voor zijn preken stroomde men van heinde en verre toe; ze werden gebundeld en altijd uitstekend verkocht. Hij preekte eenvoudig, gebruikte veel herhalingen, zorgde voor een optimistisch slot. Eigenlijk gold dat ook voor zijn gedichten, waarvoor hij vooral de Biedermeier - onderwerpen koos. Hij publiceerde tietallen bundels, die ook gretig gelezen werden. Beets raakte zo nationaal bekend, overal vroeg men hem om lezingen te verzorgen. Toen hem werd aangeboden om in Utrecht professor in de kerkgeschiedenis te worden, in 1875, aarzelde hij, nog steeds eerzuchtig, natuurlijk niet. De grootse viering van zijn zeventigste verjaardag was haast een nationale feestdag.
Altijd een zondagskind? Zeker niet. In de negentiende eeuw heersten ook voor welgestelden zoals hij tyfus, kroep, cholera, tbc, kraamvrouwenkoorts. De medische wetenschap stelde weinig voor. Zijn eerste vrouw Aleide liet hem negen kinderen na toen ze op haar 37ste stierf. Een jaar later volgden de tweejarige Theodorus en de zestienjarige Marten. Alle verdriet wist hij te overwinnen dankzij zijn onwankelbare geloof in de goedheid van God en de overtuiging dat zij allen eens weer bij elkaar zouden komen. Beets zou later hertrouwen; in totaal werd hij vader van vijftien kinderen.
Op 13 maart 1903 stierf hij. De volgende dag stond in diverse kranten een rouwadvertentie met als slotregel: "Hij was één met Nederland en Nederland was één met hem." Hoewel hij massale belangstelling eigenlijk vanzelfsprekend vond, wenste hij toch een sobere begrafenis.
Rick Honings, God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets 1814 - 1903. Prometheus, Amsterdam, 2026. 727 blz.