01-05-2026

GLOED

 Stap voor stap word je naar de ontknoping geleid. Je leest over het kasteel waar Henrik, die voortdurend 'de generaal' wordt genoemd, geboren is. De weelderige inrichting, de bossen eromheen, de dieren die daar leven. Je ontmoet zijn ouders: de vader een beroepsmilitair, de moeder een Franse barones. Al jong gaat Henrik naar de militaire academie, waar hij Konrad leert kennen: zijn boezemvriend, nee, zijn vriend voor altijd.

Omdat de verteller een absolute vakman is, zorgt hij ervoor dat elke stap wordt vergezeld door een waarschuwende toon, door onheilspellend geroffel dat, naarmate het verhaal vordert, aan kracht wint. Henrik en Konrad worden opgeleid tot officier, trekken steeds samen op, zijn onafscheidelijk. Natuurlijk verschillen ze van elkaar. Konrad houdt van muziek, trekt zich graag terug, is geen echte vechtersbaas. Henrik is dat wel, hoort vooral graag Weense walsen omdat je daar zo lekker op kunt dansen, want hij is ook nog een uitgaanstype. Maar het doorslaggevende verschil heeft een dreigende ondertoon, en u hoort nu de trommels roffelen: Konrad is van eenvoudige afkomst, zijn ouders liggen krom om zijn studie te kunnen betalen. Henrik is in luxe opgegroeid, financieel zal hij altijd onafhankelijk zijn. Natuurlijk weigert Konrad elke steun te aanvaarden.

De verteller keert terug naar het heden. Vandaag is het eindelijk zover, vertelt de generaal aan zijn 91 - jarige huishoudster die alles van haar heer weet. "Hier heb ik 41 jaar en 43 dagen op gewacht. " Ze begrijpt meteen wat haar te doen staat. Het tromgeroffel is stil gevallen, het kasteel dient in orde te worden gebracht, want de gast op wie al die jaren is gewacht, heeft zijn komst aangekondigd. Het is Konrad. Er hebben zich namelijk in het verleden dramatische gebeurtenissen voorgedaan in de levens van beiden, waar bovendien een derde bij is gekomen: Kristina, de jonge en mooie vrouw van Henrik. Zijn boezemvriend is altijd vrijgezel gebleven. Lang woonden ze bij elkaar in de buurt: het echtpaar op het kasteel, Konrad in de stad, maar vrijwel elke avond dineerde de laatste bij zijn vriend en diens vrouw. En opeens hield dat op. U hoort in de verte de trommels weer? Konrad stapte uit het leger, vertrok naar de tropen, later naar Londen. Hendrik bleef het leger trouw.

Wat is er gebeurd, 41 jaar en 43 dagen geleden? Welke vragen wil de generaal stellen? Onheilspellende muziek op de achtergrond is niet meer nodig. Antwoorden wil de generaal hebben, en de lezer met hem.

Terwijl hij in lange monologen, de specialiteit van auteur Sándor Márai, het verleden oprakelt, snijdt de generaal ook zo iets onvermijdelijks als de zin van het bestaan aan. "Denk jij ook dat het leven geen andere zin heeft dan de passie, die op een dag ons hart, onze ziel en ons lichaam doordringt, en dan eeuwig blijft branden tot de dood?" En dan begrijpt u, beste lezer, waarom deze geweldige psychologische roman, die leest als een thriller, Gloed heet. Zelden zo'n treffende titel gezien.

Sándor Márai, Gloed. Vertaling Mari Alfóldi. Eerste uitgave 1942. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2000; 155 blz.








DE GRAVIN VAN PARMA

 Over Sándor Márai heb ik het tot dusver nog niet met u gehad, maar daar komt verandering in, want die man verdient aandacht. Geboren in 1900 in het Hongaarse plaatsje Kassa, opgegroeid in een welgesteld burgerlijk milieu, belandt hij na enkele universitaire studies in de wereld van het woord. Hij vertaalt (Kafka!), werkt voor de Frankfurter Zeitung en publiceert vanaf  1929 romans, verhalen, essays. In 1948 ontvlucht Márai Hongarije, woont in verschillende landen, om zich uiteindelijk in 1979 blijvend in de Verenigde Staten te vestigen.

Omdat hij gedurende zijn omzwervingen toch in het Hongaars bleef publiceren, bereikt hij slechts een klein publiek, ook al omdat zijn werk lang niet in zijn vaderland uitgegeven mocht worden. Dat veranderde kort na zijn dood in 1989. Toen verscheen zijn roman Gloed weer in het  Hongaars, waarna er in 1998 een Italiaanse vertaling verscheen, die door de critici alom geprezen werd. In 1999 was er de Frankfurter Buchmesse, waar de Duitse literatuurpaus Marcel Reich - Ranicki deze roman op tv nadrukkelijk prees. Sindsdien zien de kenners Márai als een belangrijk Europees schrijver.

En nu De gravin van Parma. Márai laat zich voor zijn hoofdpersoon inspireren door Casanova, die op 31 oktober 1756 op spectaculaire wijze uit de Piombi- gevangenis van Venetíë wist te ontsnappen. Hij geeft hem dan ook de voornaam Giacomo, gebruikt de ontsnapping, maar fantaseert er vervolgens lustig op los.

Zijn Giacomo heeft  een ruw, weinig aantrekkelijk gezicht: grote neus, smalle lippen, spitse kin, hoekige kaak. Hij is betrekkelijk klein, gedrongen, met brede, potige handen. Inderdaad, wat zien de vrouwen eigenlijk in hem? Een onbetrouwbare kaartspeler is hij, een rokkenjager, een avonturier. Er is echter één verlangen dat hem drijft: de ware te vinden, die ene vrouw die hem gelukkig maakt. De liefde en het lot dat de mens voortjaagt, dat is het leven. Nu hij veertig is, begint hij te begrijpen.

Nog steeds op de vlucht, verschuilt hij zich in Bolzano. Daar krijgt hij te horen dat zijn aartsvijand, de machtige graaf van Parma, hem wil spreken. Eens hebben ze een duel uitgevochten om Francesca, toen vijftien jaar, een gravinnetje uit Toscane. Hij werd kansloos door de veel oudere graaf verslagen; zwaargewond lag hij geruime tijd in een hospitaal. Drie jaar later trouwde ze met de graaf. En nu wil die met een voortvluchtige gevangene in gesprek?

De nu al boeiende roman bereikt zijn hoogtepunt. Er volgen drie uitgebreide, literair hoogstaande, monologen. De eerste is van de graaf, die uitgebreid vertelt dat hij Giacomo minacht, maar toch ook wel weer waardeert; vervolgens legt hij uit dat hij Francesca hartstochtelijk liefheeft. Aan het slot verzoekt, nee beveelt hij Giacomo bijna, iets waar deze verbijsterd op reageert, en de lezer kan zijn ogen ook nauwelijks geloven. Meent de graaf dat nu echt?

De tweede monoloog is van Francesca, die inderdaad haar vroegere minnaar komt opzoeken. Ze verklaart dat ze al die jaren hartstochtelijk van hem heeft gehouden en dat zal blijven doen. Ook zij heeft een dringend verzoek voor hem. Giacomo en de lezer staren vol verwarring voor zich uit.

Tot slot is Giacomo aan het woord. Hij wilde toch eens schrijver worden? In een brief aan de graaf, waarin ook ingegaan wordt op het verzoek van Francesca, laat hij beiden weten of hij hun voorstellen zal inwilligen. 

Intrigerend, nietwaar? Meeslepend, spannend, boeiende hoofdfiguren, leuke schildering ook van de tweede helft van de achttiende eeuw. Zullen we dus een volgende keer Gloed maar doen?

Sándor Márai, De gravin van Parma. Uit het Hongaars vertaald door Margreeth Schopenhauer. Oorspronkelijk uitgave in 1940. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2005. 254 blz.




02-04-2026

NORWEGIAN WOOD

 In 1965 brachten The Beatles het album Rubber Soul uit. Eén van de nummers heette Norwegian Wood, en het bijzondere daaraan was dat er voor het eerst op een rockalbum de sitar, een snaarinstrument uit India, te beluisteren viel. Het liedje, geschreven door Lennon en Paul MacCartney, droeg aanvankelijk de titel This Bird Has Flown, en 'bird' is dan straattaal voor 'meisje'. Ze is namelijk aantrekkelijk, vriendelijk en mysterieus, want ze verdwijnt plotseling uit het leven van de verteller.

In de roman heet dat meisje Naoko. Zij en haar vriend Kizuki zijn van jongs af aan onafscheidelijk. Onze hoofdpersoon Watanabe zit op de vijfde klas van de middelbare school als hij haar voor het eerst ontmoet. Kizuki is zijn enige vriend; al gauw trekken ze met zijn drieën gezamenlijk op. Kizuki vormt altijd het middelpunt; hij maakt de grappen, kan goed converseren, weet met mensen om te gaan. Watanabe ziet zichzelf als saai, doorsnee, een boekenlezer en muziekliefhebber. Maar hun vriendschap is echt, en Naoko vindt alles best wat haar afgod doet. Maar zonder hem valt er tussen beiden al gauw een stilte. 

Op zijn zeventiende pleegt Kizuki zelfmoord. Naoko zal zich nooit meer van deze klap herstellen; ook voor Watanabe is de dreun enorm, maar hij weet zich toch staande te houden. Het verlies van hun vriend zorgt wel voor een band tussen beiden en uiteindelijk tot een serieuze relatie, al moet Watanabe steeds het initiatief nemen. 

Soms komt het voor dat Naoko urenlang koortsachtig praat, om vervolgens een paar uur onafgebroken te huilen. Als zich dat blijft herhalen, besluit haar familie haar in een gesloten privé - kliniek op te nemen. Daar verblijft ze maanden; als hij haar bezoekt, belooft hij dat hij haar trouw blijft, ook al zien ze elkaar zelden. Kortom: wat weten we eigenlijk van deze edelmoedige jongeman, die bereid is ons zijn verhaal te vertellen?

We maken hem mee in zijn late tienerjaren, hij viert ingetogen zijn twintigste verjaardag, want hij blijft graag op de achtergrond, zoekt zelden mensen op, kan goed alleen zijn. Hij woont op een studentencampus, studeert zonder veel enthousiasme theatergeschiedenis, luistert naar The Beatles (Norwegian Wood is de favoriet van Naoko) en Miles Davis, en leest kwaliteitsliteratuur. Ik heb het over Herman Hesse, Joseph Conrad, De Toverberg, The Great Gatsby. Maar op zondag is hij melancholiek; hij denkt dan aan Kizuki en Naoko. 

Omdat Watanabe zo anders is, voelen ook mooie meisjes zich tot hem aangetrokken. Midori maakt dan ook veel werk van hem. Ze volgt soms dezelfde colleges als hij, is in alles heel uitgesproken, daagt hem uit, zegt hem de waarheid. Om hem maakt ze het uit met haar vriendje en verklaart hem openlijk haar liefde. Ondanks Naoko beantwoordt hij die. De relatie wankelt geregeld, maar bij haar kan hij terecht met zijn problemen en levenswaarheden. 

Wat zijn die dan? Wat heeft deze jongeman van het leven geleerd? Het overlijden van  Kizuki leerde hem dat de dood niet het tegendeel is van het leven, maar de dood volgt ons wel bij iedere stap die we zetten. Van Naoko's dood stak hij op: geen enkele waarheid kan het verdriet om het verlies van een dierbare helen. Dus: door te leven voeden we tegelijkertijd de dood. 

Norwegian Wood is dus een bildungsroman, zo'n verhaal waarin je met de hoofdpersoon meeleeft in zijn psychologische groei van jeugd naar volwassenheid. Geen wonder dat dit boek al jaren uiterst populair is onder de Japanse jongeren. Mij trof vooral de onsentimentele benadering van toch heel gevoelige onderwerpen (er is sprake van drie zelfmoorden), de voortreffelijke beschrijving van Anako's zorgcentrum daar in de bergen, en het vermogen van de auteur om de leefwereld van aanstormende jonge mensen zo geloofwaardig weer te geven. Murakami is gewoon goed.

Haruki Murakami, Norwegian Wood. Vertaald uit het Japans door Elbrich Fennema. Oorspronkelijke eerste druk 1987. Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2025. 317 blz. 


16-03-2026

EEN VROUW EN HAAR MINNAARS

 Denise heeft veel van de mannen gehouden, en daarmee begon ze al vroeg. Als meisje werd ze een 'jongensgek' genoemd; als jonge vrouw wisselde ze zeer geregeld van vriend; als echtgenote vond ze het heerlijk om door een hitsige man in een hoek gedrukt te worden. Inderdaad, monogamie was niet aan haar besteed. Haar echtgenoot legde haar geen strobreed in de weg. Hem kon ze alles wijsmaken. Dat ze een klassieke film wilde zien in het filmhuis, een lezing wenste bij te wonen in de bibliotheek, naar een concert ging in de schouwburg. Omdat haar man cultureel buitengewoon onontwikkeld was en dus nauwelijks wist waar al die cultuurtempels lagen, knikte hij haar afwezig toe en sloeg zijn krant open. Nooit zei ze dat ze van plan was een vriendin op te zoeken. Hij wist dat ze die niet had.

Op haar vijfenveertigste had Denise haar droom verwezenlijkt. Ze beschikte over drie minnaars, die elk hun eigen dag toegewezen kregen: Sjaak de zondag, Gerard de woensdag, John de zaterdag. Ik zal ze alle drie voor u tegen het licht houden.

Sjaak was zestien jaar jonger, en dat straalde hij ook uit: zwarte krullen, borsthaar, gebruind, gespierd, helaas een kop kleiner dan Denise. Praten deden ze niet zoveel, maar ze zaten wel voortdurend aan elkaars lichaam. Gerard was natuurlijk heel anders, want Denise streefde nadrukkelijk naar afwisseling. Met Gerard had ze een intellectueel in huis. Hij las de kwaliteitskranten, volgde de nationale en internationale literatuur, kon haar de politieke toestand in de wereld uitleggen, die ze ook begreep, want dom was ze niet. Ze kon dus met hem pronken in voornaam gezelschap; ook uiterlijk, want hij stak qua lengte boven iedereen uit, en bleef slank. De seks? Meer dan u denkt.

Maar het hoogtepunt - in alle opzichten - van de week was en bleef de zaterdag. John! Ongeveer vijftien jaar ouder, en uiterlijk eigenlijk een onaantrekkelijke man. Kalend, gezet, onderkin, kromme benen, want hij had vroeger gevoetbald. Cricket was beter geweest, maar je kunt niet alles hebben. En toch, hij had wat voor vrouwen. Ze begonnen altijd wat te giechelen als hij binnenkwam, aan hun haar te frutselen, voorzichtig omkijkend waar hij nou bleef. Maar hij kwam voor Denise en die liet hem niet aan een ander over, want ze was gek op hem.  Zijn zachte stem, zijn humor, zijn talent om juist die vragen te stellen waar een vrouw graag een antwoord op wil geven...het zal allemaal een rol gespeeld hebben. In haar gedachten bleef ze voor en na de zaterdag met hem bezig. 

U denkt nu aan een happy end, zoals Hollywood dat zo goed kan: ze krijgt van elke man een kind, ze kopen gezamenlijk een groot huis, de minnaars sluiten vriendschap, en met zijn zevenen leefden ze nog lang en gelukkig. Nee, dus. Denise heeft het me allemaal verteld, want we hebben geen geheimen voor elkaar. Zij was mijn vrolijke buurmeisje, ik die jongen die altijd las. De man die de neergang inzette, was haar echtgenoot.

Hij had al die jaren wel degelijk wat doorgehad, maar door een cocktail van verliefdheid, gemakzucht en hoop op haar terugkeer niets willen doen. Hij wenste een snelle scheiding, Denise raakte humeurig en verward door die plotse ontwikkeling, met als gevolg dat Sjaak met de noorderzon vertrok. Nooit heeft ze meer iets van hem gehoord.

Toen ze op dit punt in haar verhaal aanbeland was, viel me iets op. Ze kleedde zich nog steeds voortreffelijk, haar kapsel was volgens de laatste mode en zichzelf opmaken lukte ook. Ze was nu echter wat smaller in het gezicht, de rimpels konden niet helemaal weggewerkt worden, en had ze vroeger niet wat dikker haar? Ouder worden? Hoe staat Denise daar tegenover? Terwijl ik het haar vroeg, viel het me op dat haar ogen nog even flitsend en levendig waren als vroeger.

"Ach, weet je wat het was? Gerard en John bleven over, maar dat was ook zo spannend niet meer. Ze kwamen wat later, gingen eerder naar huis, en weet je wat zo gek was? Het kon me niet schelen. Die twee hebben me wel veel kennis bijgebracht, schrijvers genoemd, filmtitels doorgegeven. Ik lees veel, bezoek tentoonstellingen, ga naar concerten. Ik heb die kerels niet meer nodig. Ach, alles in het leven is tenslotte eindig."

02-03-2026

JEKYLLE EN HYDE

Auteur  Robert Louis Stevenson (Edinburgh; 1850 - 1894) leidt je als lezer rond door het Londen zoals hij dat zelf gekend heeft: mistig, kil en Victoriaans streng. Zijn hoofdpersoon, advocaat Utterson, past goed in die tijd. Wat stuurs, altijd in de plooi, afgemeten pratend, terughoudend van aard. Zijn goede vriend Enfield, een zakenman, is al even beheerst en ingetogen. Betrouwbare, maar saaie mannen dus, tevreden met de wereld waarin ze leven. Vrouwen spelen geen rol.

Daarom weten ze totaal geen raad met de vreemde gedragingen van een andere gemeenschappelijk vriend: Henry Jekylle. Deze is arts, maar ook geïnteresseerd in allerlei vormen van wetenschap. Tot Uttersons ontsteltenis heeft hij een testament opgesteld ten behoeve van ene meneer Edward Hyde, en dat gedeponeerd bij Utterson. En wie is Hyde?

Een kleine, angstaanjagende, uiterst onaangename man, die zeer agressief kan optreden en kennelijk op vriendschappelijke voet staat met Jekyll, want deze heeft zijn bedienden de opdracht gegeven Hyde te allen tijde toegang te verlenen tot zijn huis. Daar komt voorlopig een einde aan als Hyde een jaar later sir Danvers Carew vermoordt, een vooraanstaand parlementslid. Hyde is spoorloos. Utterson bezoekt Jekylle. die nadrukkelijk bevestigt dat hij definitief met Hyde heeft gebroken. Voor het vinden van de moordenaar wordt een beloning van enige duizenden ponden uitgeschreven.

Maar het blijft geheimzinnig rond Jekylle. Hij trekt zich vaak terug, wenst geen bezoek. Een oude, gemeenschappelijke vriend, Lanyon, stuurt Utterson een brief die hij pas mag openen als Lanyon gestorven is: het vermoeden bij Utterson en de lezer rijst dat dit alles met Jekylle te maken heeft. Veel wordt duidelijk als een bediende van Jekylle vraagt of Utterson langs wil komen. Bij een inspectie in diens werkkamer treffen ze een afscheidsbrief aan, samen met een document waarin hij alles uitlegt. Twee brieven, één van Lanyon en de ander van Henry Jekylle ronden deze spannende en wijze novelle af.

 Waar gaat The Strange Case of Dr Jekylle and Mr Hyde nu eigenlijk over? Wat is er zo wijs aan? Al jong raakt Jekylle geobsedeerd door de gedachte dat de mens een gespleten persoonlijkheid heeft: het goede én het kwade heersen in hem. Hij kende zichzelf goed genoeg om de ene keer vol overtuiging iets schandelijks te doen, om kort daarna een weldaad te verrichten. Zou er misschien een middel te vinden zijn om één van die twee op te roepen? Na jarenlang in zijn laboratorium proeven genomen te hebben, waagt hij het erop. Hij fabriceert een drankje en drinkt. Als de heftige pijnen langzaam verdwijnen, stijgt een gevoel van gelukzaligheid bij hem op; tegelijkertijd komt er een drang tot roekeloos gedrag naar boven, en ongewoon sensuele fantasieën.

Als hij daarna zichzelf in een spiegel bekijkt, ziet hij een gedrocht met een woeste uitstraling. Edward Hyde is geboren. Aanvankelijk kan hij zelf regelen wanneer hij Jekylle is, en wanneer Hyde. Maar als hij 's ochtends wakker wordt in de gedaante van de slechterik en hij de grootste moeite heeft om zijn goede zelf op te roepen, begrijpt hij dat het kwade in hem zal overwinnen. Na veel strijd rest hem slechts één uitweg.

U en ik beseffen dat mensen uit één stuk niet bestaan. Dat oorlogen, hongersnood, levensgevaar iemand totaal kan veranderen, zowel positief als negatief. En wie heeft er geen duister plekje in zijn ziel? Wie voelt zich heimelijk niet af en toe aangetrokken tot opwindende daden, waarvan de buren niks mogen weten? De mens zit gecompliceerd in elkaar.

In zijn eigen tijd was Stevenson een beroemdheid, in de loop van de twintigste eeuw nam zijn aanzien sterk af, maar momenteel wordt hij weer gezien als een belangrijk en invloedrijk schrijver. Befaamde auteurs als Marcel Proust, Arthur Conan Doyle, Ernest Hemingway, Vladimir Nabokov en Jorge Luis Borges prijzen hem de hemel in. Zijn grootste kracht? Je blijft je steeds afvragen hoe het afloopt.
Robert Louis Stevenson, Het vreemde verhaal van Dr. Jekylle en Mr. Hyde. Vertaald uit het Engels (maar door wie?). Rainbow, Amsterdam, 2025. 112 blz. Oorspronkelijke titel: The Strange Case of Dr. Jekylle and Mr. Hyde. (1886). 






01-02-2026

EMMA

Ik neem u mee naar het stadje Highbury, gelegen in Surrey, niet zover verwijderd van Londen. We bevinden ons in het begin van de negentiende eeuw en onze hoofdpersoon heet Emma, 21 jaar oud, knap en intelligent. Wat nog veel belangrijker is: ze stamt uit de voornaamste familie van het plaatsje, woont op een landgoed, terwijl ingewijden u kunnen vertellen dat ze, als haar vader sterft, de beschikking heeft over een vermogen van 30.000 pond. Kortom: rijk is ze ook al. 

Ze begeeft zich natuurlijk vrijwel uitsluitend onder de hooggeplaatsten in de omgeving. Die wonen allemaal op een landgoed, hebben personeel in dienst, laten zich in hun eigen rijtuig met koetsier rondrijden. Wat doen die mensen vervolgens zo'n hele dag? Men maakt uitstapjes, houdt diners thuis, gaat 's avonds kaarten, geeft elkaar taalpuzzels op. En men bestudeert elkaar, houdt ieders doen en laten goed in de gaten. Dat Emma niet getrouwd is, zelfs niet verloofd, erger nog: geen echte vriend heeft, kan altijd wel als onderwerp van gesprek dienen.

Zelf is ze daar niet zo mee bezig, want ze heeft besloten pas eventueel over een huwelijk na te denken als haar vader overleden is. Nu is hij vooral een gezellige zeurpiet, die het liefst thuisblijft en vreest dat anderen snel verkouden zullen worden. Emma tracht haar verveling te verdrijven door mensen in gedachten, maar ook daadwerkelijk, aan elkaar te koppelen. Ondanks haar intelligentie blijkt ze daar niet zo goed in te zijn. Uiteraard houdt ze het standsverschil nauwlettend in de gaten, zoals iedereen in die tijd. Afkomst en vermogen gaan voor alles. In één van haar mijmeringen heeft ze het over tweede - en derderangsburgers. 

Zijn er dan geen leuke, vermogende jongemannen in de buurt? Zeker wel. Philip Elton, de dominee, die een huwelijksaanzoek doet; George Knightley, 37 jaar, de buurman, één van de weinigen die het met haar oneens durven te zijn, want Emma heeft een scherp tongetje; Frank Churchill, een wat lichtzinnige jongeman, goede danser, muziekliefhebber, die jacht op Emma schijnt te maken. Er is trouwens ook sprake van een concurrente: Jane Fairfax. Zij heeft weliswaar geen geld, maar is intelligent, knap en charmant. George en Frank houden haar nauwlettend in het oog, wat de jaloezie bij Emma alleen maar aanwakkert, want ook zij heeft allerminst een hart van steen.

Waar gaat deze beroemde Engels roman nu eigenlijk vooral over? Zelfkennis: het duurt een hele tijd voordat je doorhebt dat je anderen verkeerd hebt ingeschat en je jezelf met je gevoelens voor de gek hebt gehouden. Mensenkennis: mensen zijn vaak alleen aardig als ze van je kunnen profiteren. Bovendien willen ze maar al te vaak jou overheersen. Houd ze maar een hele tijd op afstand!

U merkt het aan mijn toon: ik vind dit niet zo'n geweldige roman. Ondanks de scherpe waarnemingen, vakkundige karaktertekening en vloeiende stijl, staat het boek toch vol met alledaagse, wat saaie gesprekken en belevenissen en weinig boeiende hoofdpersonen. Ja, een tikkeltje vervelend eigenlijk. Oh ja, natuurlijk trouwt Emma. 
Jane Austen, Emma. Vertaling: Akkie de Jong. Oorspronkelijke druk: 1816. In Nederland: Rainbow, 2019. 541 blz. 

02-01-2026

CLAUDINE IN PARIJS

 Kort geleden zag ik de Engelse film Colette uit 2018, geregisseerd door Wash Westmoreland, met in de hoofdrol Keira Knightley. Ik had weleens van de Franse schrijfster Colette (1873 - 1954) gehoord, maar nog nooit iets van haar gelezen. De film vertelt ons het verhaal van haar eerste huwelijk en de geschiedenis rond haar Claudine - romans. Ik raakte dusdanig geboeid door haar opwindende leven en vooral de onverschrokkenheid waarmee zij de mannenwereld tegemoet trad, dat ik op zoek ging naar moderne vertalingen van haar werk. Die zijn er! De kleine uitgeverij Van Maaskant Haun heeft in Gerda Baardman een vertaalster gevonden die de vier romans met Claudine in de hoofdrol in zeer leesbaar, levendig Nederlands heeft weten om te zetten. Ze zijn alle voor een belangrijk deel autobiografisch.

Op haar zeventiende verhuist Claudine met haar vader en hun poes van het lieflijke dorpje Montigny naar het reusachtige Parijs. Pa is wetenschapper, en schrijft dikke boeken over slakken; voor het drukken en uitgeven van zijn werk is het ook eind negentiende eeuw aanzienlijk handiger om dicht in de buurt van geleerden en uitgevers te wonen. Claudine kent bij wijze van spreken slechts hun grote huis, de dierbare tuin en de dorpsschool; vader is slechts in zichzelf en zijn werk geïnteresseerd.

Hoe ziet de jeugdige Claudine eruit? Zoals elk meisje van die leeftijd mag ze zichzelf vaak  in de spiegel bestuderen, en mede dankzij de opmerkingen van oudere heren in de Parijse straten wordt het haar duidelijk dat ze er goed uitziet. Matte huid, haar met een bronzen glans, donkere, diepe ogen. Haar karakter? Ze mag zich graag met andermans zaken bemoeien, toont met voorliefde hoe slim ze is, kennis van zaken heeft op veel gebieden, snel van begrip. Een bijdehandje dus. Volwassenen op stang jagen, hun rust verstoren, ze mag het graag doen. Ze wéét dit alles, want zelfkennis bezit ze ook.

Drie personen beïnvloeden zeer nadrukkelijk haar eerste Parijse jaar. Ze ontmoet toevallig haar vroegere vriendinnetje Luce, die door haar moeder en zus verjaagd is uit het dorp en vervolgens in Parijs contact zocht met haar zestigjarige oom. Deze was bereid haar te helpen. Wat heet: ze wordt zijn maintenee, woont gerieflijk, kleedt zich opzichtig, maar  moet wel al zijn wensen inwilligen. Claudine voelt plotseling walging opkomen, als Luce trots haar verhaal vertelt. Ik ben toch een gewoon burgerlijk meisje, vindt ze zelf.

Maar de andere twee zijn mannen die je bepaald niet burgerlijk kunt noemen. De een is haar neef Marcel, van haar leeftijd, die eruit ziet als een mooi meisje en zich ook als zodanig kleedt. De term homoseksueel valt niet, maar zijn liefde voor zijn vriend wijst nadrukkelijk in die richting. Claudine en Marcel gaan al gauw vertrouwelijk met elkaar om.

De vader van Marcel, oom Renaud, is zo'n weduwnaar tot wie vrouwen van uiteenlopende leeftijd zich snel aangetrokken voelen. Lang, slank, gedistingeerd, een gebronsde huid en  donkerblond haar met grijze strepen. Veertig jaar, oud dus, maar zijn zoon fluistert haar toe dat hij telkens met andere vriendinnen op stap gaat. Tot haar aangename verrassing toont hij veel belangstelling voor haar. Hij neemt haar zelfs mee naar de schouwburg en dure restaurants...

Waarom is het zo aangenaam, zelfs vermakelijk om deze roman uit 1903 te lezen? Colette hanteert een heel natuurlijke, modern aandoende stijl, zonder uitvoerige bespiegelingen of intellectuele poespas. De roman behoort dan ook een dagboek van een zeventienjarige te zijn, en dat is uitstekend gelukt. Veel rake observaties, kenmerkende details, zintuiglijke ervaringen ook: hoe het ergens ruikt, wat de overheersende kleuren zijn in kleding of tapijt, hoe schel of warm geluiden klinken. Claudine beschikt over goedmoedige maar ook felle spot, gevoel voor humor, en staat haar mannetje als die kerels weer eens willen heersen. 

Deze roman is het tweede deel uit de Claudine - reeks. Het eerste heet Claudine op school, deel drie en vier Claudine getrouwd en Claudine vertrekt.

Colette, Claudine in Parijs. Oorspronkelijke titel: Claudine à Paris (1903). Nederlandse vertaling Gerda Baardman. Uitgeverij Van Maaskant Haun, 2023. 186 blz.