Stap voor stap word je naar de ontknoping geleid. Je leest over het kasteel waar Henrik, die voortdurend 'de generaal' wordt genoemd, geboren is. De weelderige inrichting, de bossen eromheen, de dieren die daar leven. Je ontmoet zijn ouders: de vader een beroepsmilitair, de moeder een Franse barones. Al jong gaat Henrik naar de militaire academie, waar hij Konrad leert kennen: zijn boezemvriend, nee, zijn vriend voor altijd.
Omdat de verteller een absolute vakman is, zorgt hij ervoor dat elke stap wordt vergezeld door een waarschuwende toon, door onheilspellend geroffel dat, naarmate het verhaal vordert, aan kracht wint. Henrik en Konrad worden opgeleid tot officier, trekken steeds samen op, zijn onafscheidelijk. Natuurlijk verschillen ze van elkaar. Konrad houdt van muziek, trekt zich graag terug, is geen echte vechtersbaas. Henrik is dat wel, hoort vooral graag Weense walsen omdat je daar zo lekker op kunt dansen, want hij is ook nog een uitgaanstype. Maar het doorslaggevende verschil heeft een dreigende ondertoon, en u hoort nu de trommels roffelen: Konrad is van eenvoudige afkomst, zijn ouders liggen krom om zijn studie te kunnen betalen. Henrik is in luxe opgegroeid, financieel zal hij altijd onafhankelijk zijn. Natuurlijk weigert Konrad elke steun te aanvaarden.
De verteller keert terug naar het heden. Vandaag is het eindelijk zover, vertelt de generaal aan zijn 91 - jarige huishoudster die alles van haar heer weet. "Hier heb ik 41 jaar en 43 dagen op gewacht. " Ze begrijpt meteen wat haar te doen staat. Het tromgeroffel is stil gevallen, het kasteel dient in orde te worden gebracht, want de gast op wie al die jaren is gewacht, heeft zijn komst aangekondigd. Het is Konrad. Er hebben zich namelijk in het verleden dramatische gebeurtenissen voorgedaan in de levens van beiden, waar bovendien een derde bij is gekomen: Kristina, de jonge en mooie vrouw van Henrik. Zijn boezemvriend is altijd vrijgezel gebleven. Lang woonden ze bij elkaar in de buurt: het echtpaar op het kasteel, Konrad in de stad, maar vrijwel elke avond dineerde de laatste bij zijn vriend en diens vrouw. En opeens hield dat op. U hoort in de verte de trommels weer? Konrad stapte uit het leger, vertrok naar de tropen, later naar Londen. Hendrik bleef het leger trouw.
Wat is er gebeurd, 41 jaar en 43 dagen geleden? Welke vragen wil de generaal stellen? Onheilspellende muziek op de achtergrond is niet meer nodig. Antwoorden wil de generaal hebben, en de lezer met hem.
Terwijl hij in lange monologen, de specialiteit van auteur Sándor Márai, het verleden oprakelt, snijdt de generaal ook zo iets onvermijdelijks als de zin van het bestaan aan. "Denk jij ook dat het leven geen andere zin heeft dan de passie, die op een dag ons hart, onze ziel en ons lichaam doordringt, en dan eeuwig blijft branden tot de dood?" En dan begrijpt u, beste lezer, waarom deze geweldige psychologische roman, die leest als een thriller, Gloed heet. Zelden zo'n treffende titel gezien.
Sándor Márai, Gloed. Vertaling Mari Alfóldi. Eerste uitgave 1942. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2000; 155 blz.