16-09-2026

EEN WEDUWNAAR

Meneer Arthur leefde al geruime tijd van een uitstekend pensioen, maar was helaas sinds enkele jaren weduwnaar. De stiltes in huis begonnen hem te benauwen, en omdat hij vermoedde dat een leuke vrouw zijn levensavond zou opvrolijken, ging hij eens oplettend om zich heen kijken. Aangezien hij ook uiterlijk voor vrouwen een aantrekkelijke man bleef, slaagde hij erin drie dames, zo'n tien jaar jonger dan hijzelf, voor zich te winnen. Geregeld ging hij met ze uit; ze wisten van elkaars bestaan niet af, totdat het onvermijdelijke toch plaatsvond.

Tijdens een gezellig etentje met Rita (lang, kort haar, bruine ogen) in een tamelijk prestigieus restaurant zag hij ergens in een deuropening iemand naar hem staren. Inderdaad, dat was Chantal (lang, rank, blauwe ogen). Hij liet de hand van Rita los en draaide zijn rug min of meer van Chantal af, maar vreesde toch gezien te zijn. Iets soortgelijks overkwam hem enkele weken later, maar toen met Truusje (lang, roodharig, brildragend). Op de dansavond van senioren dansten ze intiem, wang aan wang; net toen hij haar voorzichtig wilde kussen, nam hij in een spiegel opnieuw Chantal waar, die met opgetrokken wenkbrauwen stond toe te kijken. Wat had ze nog meer gezien?

Toch wat onzeker staat meneer Arthur voor de deur van Chantals huisje. Zij is van de drie degene die het maatschappelijk het zwaarst heeft gehad. Een man met een eenvoudige baan; geregeld werkloos; twee kinderen met wie altijd wel wat was; wonen in huizen die nogal onderkomen zijn.

Als ze open doet, kijkt ze hem peinzend aan. Dan breekt een ironisch glimlachje door. "Je komt vast iets uitleggen."
" Inderdaad. Mag ik binnenkomen?" Ik had bloemen mee kunnen nemen, bedenkt hij. Maar zijn zuinige aard had die hoffelijke geste geblokkeerd. Als ze gaan zitten, merkt Chantal op vlakke toon op: "Je hebt ze wel uitgezocht." 
"Hoe bedoel je? Ik kan je niet helemaal volgen."
"Rita Smeets is de dochter van een notaris. Daar zat geld. Ze had altijd de mooiste jurkjes aan, mocht op balletles en in de zomer trokken ze naar de kust. Hartstikke bruin kwam ze eind augustus terug."
"Hoe weet jij dat allemaal?"
"Kom op, Arthur. We wonen in een kleine stad. Ze zat op mijn lagere school. Zo weet ik ook het een en ander over die andere vriendin van jou. Truus de Jong was op hetzelfde zangkoor als ik. Als we ergens moesten zingen, bracht haar vader, van die grote slijterij, haar vaak met de auto. Altijd een nieuwe, pas gewassen, waar we achterin met zijn vieren konden zitten. Ik heb ook weleens meegereden."

Deze mededelingen verrassen meneer Arthur. Hij woont al wat jaartjes in het stadje, maar is er niet opgegroeid. Klein van stuk als hij is, heeft hij zichzelf allerlei trucs aangeleerd om bij vrouwen charmant over te komen, wat ook vaak lukt, maar nu zit hij zwijgend voor zich uit te kijken. Maar goed dat ik geen bloemen heb gekocht.

Chantal ziet dat ze hem in de hoek heeft gedreven, en gaat dus nog even door. "Ikzelf kon best wel goed leren op de lagere school, maar meer zat er niet in. Geen geld. Ik heb de huishoudschool gedaan. Toen moest ik gaan werken. Het geld dat ik verdiende, moest ik thuis afdragen. Jouw vriendinnetjes gingen wel naar de middelbare school. Kregen daar vriendjes, deden eindexamen, hadden leuke fuifjes bij rijke mensen."

Er valt een pauze. "Met mij ga je naar James Bondfilms en als we theater doen, wordt het Huub Stapel over mannen en vrouwen. Waarom niet een opera of een bijzondere film in het Filmhuis? Ik heb heus wel smaak."

Peinzend neemt meneer Arthur haar op. "Geloof me nu echt, Chantal. Jij bent voor mij verreweg de knapste van de drie en vooral ook de gezelligste." Hij staat op, buigt zich voorover en kust haar kuis op beide wangen.

Ze laat het glimlachend toe. Morgen laat ik een prachtig boeket bezorgen, besluit hij.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten