02-01-2026

CLAUDINE IN PARIJS

 Kort geleden zag ik de Engelse film Colette uit 2018, geregisseerd door Wash Westmoreland, met in de hoofdrol Keira Knightley. Ik had weleens van de Franse schrijfster Colette (1873 - 1954) gehoord, maar nog nooit iets van haar gelezen. De film vertelt ons het verhaal van haar eerste huwelijk en de geschiedenis rond haar Claudine - romans. Ik raakte dusdanig geboeid door haar opwindende leven en vooral de onverschrokkenheid waarmee zij de mannenwereld tegemoet trad, dat ik op zoek ging naar moderne vertalingen van haar werk. Die zijn er! De kleine uitgeverij Van Maaskant Haun heeft in Gerda Baardman een vertaalster gevonden die de vier romans met Claudine in de hoofdrol in zeer leesbaar, levendig Nederlands heeft weten om te zetten. Ze zijn alle voor een belangrijk deel autobiografisch.

Op haar zeventiende verhuist Claudine met haar vader en hun poes van het lieflijke dorpje Montigny naar het reusachtige Parijs. Pa is wetenschapper, en schrijft dikke boeken over slakken; voor het drukken en uitgeven van zijn werk is het ook eind negentiende eeuw aanzienlijk handiger om dicht in de buurt van geleerden en uitgevers te wonen. Claudine kent bij wijze van spreken slechts hun grote huis, de dierbare tuin en de dorpsschool; vader is slechts in zichzelf en zijn werk geïnteresseerd.

Hoe ziet de jeugdige Claudine eruit? Zoals elk meisje van die leeftijd mag ze zichzelf vaak  in de spiegel bestuderen, en mede dankzij de opmerkingen van oudere heren in de Parijse straten wordt het haar duidelijk dat ze er goed uitziet. Matte huid, haar met een bronzen glans, donkere, diepe ogen. Haar karakter? Ze mag zich graag met andermans zaken bemoeien, toont met voorliefde hoe slim ze is, kennis van zaken heeft op veel gebieden, snel van begrip. Een bijdehandje dus. Volwassenen op stang jagen, hun rust verstoren, ze mag het graag doen. Ze wéét dit alles, want zelfkennis bezit ze ook.

Drie personen beïnvloeden zeer nadrukkelijk haar eerste Parijse jaar. Ze ontmoet toevallig haar vroegere vriendinnetje Luce, die door haar moeder en zus verjaagd is uit het dorp en vervolgens in Parijs contact zocht met haar zestigjarige oom. Deze was bereid haar te helpen. Wat heet: ze wordt zijn maintenee, woont gerieflijk, kleedt zich opzichtig, maar  moet wel al zijn wensen inwilligen. Claudine voelt plotseling walging opkomen, als Luce trots haar verhaal vertelt. Ik ben toch een gewoon burgerlijk meisje, vindt ze zelf.

Maar de andere twee zijn mannen die je bepaald niet burgerlijk kunt noemen. De een is haar neef Marcel, van haar leeftijd, die eruit ziet als een mooi meisje en zich ook als zodanig kleedt. De term homoseksueel valt niet, maar zijn liefde voor zijn vriend wijst nadrukkelijk in die richting. Claudine en Marcel gaan al gauw vertrouwelijk met elkaar om.

De vader van Marcel, oom Renaud, is zo'n weduwnaar tot wie vrouwen van uiteenlopende leeftijd zich snel aangetrokken voelen. Lang, slank, gedistingeerd, een gebronsde huid en  donkerblond haar met grijze strepen. Veertig jaar, oud dus, maar zijn zoon fluistert haar toe dat hij telkens met andere vriendinnen op stap gaat. Tot haar aangename verrassing toont hij veel belangstelling voor haar. Hij neemt haar zelfs mee naar de schouwburg en dure restaurants...

Waarom is het zo aangenaam, zelfs vermakelijk om deze roman uit 1903 te lezen? Colette hanteert een heel natuurlijke, modern aandoende stijl, zonder uitvoerige bespiegelingen of intellectuele poespas. De roman behoort dan ook een dagboek van een zeventienjarige te zijn, en dat is uitstekend gelukt. Veel rake observaties, kenmerkende details, zintuiglijke ervaringen ook: hoe het ergens ruikt, wat de overheersende kleuren zijn in kleding of tapijt, hoe schel of warm geluiden klinken. Claudine beschikt over goedmoedige maar ook felle spot, gevoel voor humor, en staat haar mannetje als die kerels weer eens willen heersen. 

Deze roman is het tweede deel uit de Claudine - reeks. Het eerste heet Claudine op school, deel drie en vier Claudine getrouwd en Claudine vertrekt.

Colette, Claudine in Parijs. Oorspronkelijke titel: Claudine à Paris (1903). Nederlandse vertaling Gerda Baardman. Uitgeverij Van Maaskant Haun, 2023. 186 blz.


CLAUDINE GETROUWD

Ik heb u al verteld hoe Claudine met haar vader in Parijs terechtkwam, daar veel heimwee had naar haar geboortedorp Montigny, vriendschap sloot met de fattige Marcel, en zo diens vader Renaud ontmoette, een charmante man van veertig. Tot haar aangename verbijstering toont hij veel belangstelling voor haar. Zeventien is ze dan.

So far, so good. Maar iets in mij zei dat u toch graag zou willen weten hoe deze affaire afliep. En eerlijk gezegd wilde ik dat ook. Ik zette Claudine in Parijs op mijn blog en begon aan Claudine getrouwd.

Een verloving van drie weken, vervolgens het burgerlijk en kerkelijk huwelijk: op haar negentiende is Claudine getrouwd met een veel oudere man op wie ze stapelgek is. Hij heeft dan ook veel mee: lang, gebronsde huid, haar met grijze strepen. Hij doet alles wat zij wil, maar hij zal zich nooit uitleveren, en een vorm van tederheid gebruiken om zijn diepste gevoelens niet prijs te hoeven geven. Ja, Claudine heeft mensenkennis.

Na een lange huwelijksreis verblijven ze enige tijd in de provincie, in haar dorp Montigny. De velden, de bossen, de oude school: de herinneringen stromen bij haar naar binnen; het platteland zal ze altijd prevaleren boven Parijs. Bovendien kan ze hier met haar vaderlijke minnaar showen. Claudine mag zich overigens graag laten kussen door aantrekkelijke schoolmeisjes. Een lesbische aanleg, waar we het nog over zullen hebben.

Terug in Parijs kan ze kiezen uit twee appartementen, die allebei in het bezit zijn van Renaud. Aan geld is nooit gebrek; hij schrijft diepgaande artikelen voor serieuze bladen, heeft een uitgebreide kennissenkring, drukt iedereen de hand die er op enigerlei wijze toe doet. En zo ontmoet Claudine Rézi Lambrook en haar man. Zij zal het leven van onze heldin voor anderhalf jaar totaal veranderen.

De voornaamste bron van haar charme zijn haar bewegingen: haar heupen, hals, de arm die ze naar haar kapsel beweegt, haar gewelfde taille: alles cirkels, cirkeltjes, spiralen, en even volmaakt. Ambergrijze ogen, lange wimpers, golvend, goudkleurig haar, en dat alles gegoten rond ronde heupen en een smalle taille. Na twee weken zijn de beide dames de beste vriendinnen. 

Rézi is heel direct. Ze vertelt dat ze mannelijke aanbidders heeft die haar vervelen, en dat geldt ook voor haar echtgenoot. In één adem door deelt ze mee dat ze zich tot Claudine aangetrokken voelt, haar mooi vindt, haar wil kussen en strelen. Wat geschrokken, gaat Claudine daar toch in mee. Een lesbische relatie is geboren. En Renaud? Hij ziet, weet, begrijpt en moedigt zelfs aan. Je zou zijn houding voyeuristisch kunnen noemen, maar ik geloof eerder dat hij zijn vrouw alle genoegens gunt waar zij prijs op stelt. En die worden steeds fysieker. De hartstocht spat ervan af.

De man van Rézi blijft constant op de achtergrond, maar Renaud duikt telkens gedienstig op. Rézi mag hem, want "hij heeft een vrouwenziel, hij begrijpt en beschermt ons samenzijn." Tegenover hem schaamt ze zich totaal niet. Met haar scherpe tong en haar overheersend karakter weet ze haast iedereen om de vinger te winden. Totdat Claudine beseft: ik ben wel jaloers, maar toch hou ik niet van haar.

Wanneer de wereldwijze zoon van Renaud haar voorzichtig waarschuwt, gebeurt er iets wat u verrast, maar eigenlijk ook wel aan zag komen. En dan is er voor Claudine maar één uitweg mogelijk: in haar eentje terug naar het paradijselijke Montigny, waar haar vader zich inmiddels weer gevestigd heeft. Daar begon de roman toch ook mee?

Met behulp van geuren en kleuren weet de schrijfster sfeer op te roepen en personen te karakteriseren. Zo snuift Claudine "de geur van blonde tabak, lelietjes - van -dalen en een vleugje Russisch leer op die altijd in Renauds kleren en in zijn lange snor hangt." En: "...sla ik een arm om dat kleine stille meisje heen, dat naar het cederhout van potloden en sandelhout van waaiers ruikt." Hoe iedereen gekleed is, hoe de woningen ingericht zijn, de manier waarop mensen zich bewegen, de zorgvuldige beschrijvingen van allerlei gevoelens: hier is een zeer getalenteerde schrijfster aan het woord, die vooral door vrouwen zeer gewaardeerd zal worden.

Er rest ons nog één roman uit deze reeks, namelijk Claudine vertrekt. U hoort nog van mij.

Colette, Claudine getrouwd. Vertaald door Gerda Baartman. Oorspronkelijke titel: Claudine en ménage. (1902). Uitgeverij Van Maaskant Haun, 2024. 198 blz.