01-04-2023

HET ZOETE LEVEN VAN FELLINI

 Hij is erg actief, onze journalist Marcello Rubini. Overal waar wat te doen is in het Rome van rond 1960, duikt hij op. Er wordt met behulp van een helikopter een beeld van Jezus naar het Vaticaan getransporteerd, en hij vliegt mee. Een beroemde Amerikaanse filmster (Anita Ekberg) landt op het vliegveld, en Marcello (natuurlijk Marcello Mastroianni) woont de persconferentie bij. Als latin lover lukt het hem intiem met haar om te gaan en met haar 's nachts bars en nachtclubs te bezoeken. Tot aan haar dood in 1915 zal Anita Ekberg herinnerd worden aan haar wandeling door de Trevifontein, gadegeslagen door Mastroianni, die het zo koud had (het was maart), dat hij een fles whisky opdronk. Regisseur Fellini verklaarde later dat Anita uren, zonder morren, in de fontein had moeten doorbrengen. 

Eens wilde Marcello literatuur schrijven, nu houdt hij zich bezig met onbelangrijke primeurs, luchtige gebeurtenissen, en rijke, aantrekkelijke, verveelde vrouwen. Af en toe wordt hij wakker geschud: Steiner, een intellectuele, zeer ernstige vriend, doodt zijn dochters en vervolgens zichzelf. Hoe vertellen Marcello en de politiecommissaris dit aan zijn vrouw? Deze stapt nietsvermoedend uit de bus en wordt meteen omsingeld door talloze fotografen, van wie er één Paparazzo (!) heet. Zij denkt, gestreeld, dat men haar voor een filmster houdt, wíj weten helaas meer dan zij. Met al hun niets en niemand ontziende opdringerigheid spelen paparazzi een belangrijke rol in deze film. 

Dat geldt ook voor de Romeinse aristocratie. Op verzoek van Fellini stelden diverse edellieden hun  kasteel, paleis, of woning  ter beschikking, zodat de regisseur ter plaatse hun feestjes kon filmen. Sommigen speelden ook een rolletje: prinses Doris Pignatelli, prins Eugenio Ruspali di Poggio Suasa, graaf Brunoro Serego Aligheri. Toen de film uitkwam waren ze geschokt. Trefzeker laat Fellini zien hoe platvloers hun fuiven zijn, hoe verveeld iedereen is, hoe venijnig ze elkaar beledigen. Marcello is één van hen geworden. Eens veelbelovend, is hij nu bereid voor geld acteurs positieve publiciteit te bezorgen en vult hij zijn dagen en vooral nachten met mensen die slechts over een fortuin en/of een titel beschikken, maar verder niets te bieden hebben. `Het zoete leven` is ironisch bedoeld.  

Het overvliegende Jezusbeeld, Anita in haar fontein, Marcello's vader die nog één keer wil stappen, die vreselijke paparazzi, het meisje aan het strand, helemaal op het einde: allemaal scènes die beklijven. Een klassieker, deze film.

La Dolce Vita. Regisseur: Federico Fellini. Acteurs: Marcello Mastroianni, Anita Ekberg, Anouk Aimée, Lex Barker. Land: Italië. Uitgebracht: in 1960. De film is prachtig gerestaureerd en daarom opnieuw te bekijken. 


16-03-2023

EEN KENNISMAKING

 Toen de oude heer van nummer 216 op een ochtend de gordijnen openschoof, zag hij dat een jonge vrouw in het parkje tegenover zijn huis al voortvarend aan het werk was. Ze droeg wijde handschoenen, hield met haar linkerhand een stevige tang vast en met haar rechterhand sleepte ze een jutezak met zich mee. Haar plan was duidelijk: alle plastic zakjes, tasjes en bekertjes diende verwijderd te worden, terwijl ze ook voor blikjes drank geen enkel medelijden kende. Weg met die troep!

De oude heer bekeek haar wat aandachtiger. Nee, hij kende haar niet, maar ze beviel hem wel. Een slank figuur, kortgeknipt donker haar, gaaf gezicht, en dan die ijver om hier de boel op te ruimen. Waren alle jonge mensen maar zo! Zijn ochtendhumeur verdween totaal, neuriënd begon hij zijn ontbijt klaar te maken.

Een paar dagen later zag hij haar terug. Hij zette net een paar dozen met oude kranten op de stoep -  moeizaam, want zijn knieën deden het niet mee zo -  toen ze op haar fiets aan kwam rijden. Op de hoek van de straat stond een soort schuilhokje, dat in de loop van de tijd verworden was tot een hangplek van scholieren. De jonge vrouw zette daar haar fiets neer en begon aan haar opruimwerk. Aangezien enkele buurtbewoners al eens, zonder veel succes, hun beklag hadden gedaan bij de school, stond de oude heer met welgevallen toe te kijken. Wie is zij toch? vroeg hij zich af. Ik moet toch eens een praatje met haar maken.

Die kans kreeg hij een weekje later. Gekleed in een gitzwart joggingpak, waardoor haar vormen uitstekend uitkwamen, verzamelde ze in de goot vlak voor zijn huis allerlei glasscherven. Behoedzaam lopend, hij had weer veel last van zijn rug, ging de oude heer op onderzoek uit. "Is dat van flessen, denkt U?" Ze keek even op. "Ik geloof dat ze met opzet kapot gesmeten zijn. Dronken mensen, waarschijnlijk. Loopt hier weleens dronken volk rond? "   

Het ijs was gebroken, de kennismaking gelukt, de oude heer en de jonge vrouw raakten  met elkaar in een geanimeerd gesprek. Hij hoorde dat ze sinds kort in één van de zijstraten woonde, op zoek was naar werk, en om de tijd te doden maar ook uit ergernis klein straatvuil verwijderde en naar de gemeentelijke stortbakken bracht. Zijn aanbod om een kop koffie te komen drinken sloeg ze vriendelijk af.

Maar toen hij haar na een week of twee tegenkwam, hield ze hem staande. Of ze iets vragen mocht. Het was namelijk zo: ze had ergens gesolliciteerd, en nu moest ze formulieren invullen, en dat kon ze niet zo best, want lezen en schrijven was voor haar een probleem. Wilde hij helpen?

Natuurlijk wilde hij dat. Ze maakten de afspraak dat ze de volgende dag bij hem op nummer 216 langs zou komen. Keurig op tijd belde ze aan. Toen ze zo sportief, eenvoudig, smaakvol gekleed voor zijn deur stond, zag hij dat bij de buren het gordijn even bewoog. Big brother is watching you, dacht hij en liet haar binnen. Terwijl hij voor haar uit liep naar de woonkamer zag ze in de hal een spiegeltje hangen. Snel ging ze er voor staan en gaf zichzelf een knipoogje. Ze had haar doel bereikt. 

02-03-2023

EVERY INCH A GENTLEMAN

Als jongen wilde Mr. Williams al niets anders worden dan een gentleman. In Londen, gedurende de jaren vijftig, betekende dat natuurlijk: bolhoed, paraplu, driedelig streepjespak. Vele jaren lang reisde hij met de trein van het voorstadje waar hij met vrouw en zoon woonde, naar Waterloo Station in Londen. Toen hij leiding gaf aan de afdeling Publieke Werken meed hij de coupé waar zijn ondergeschikten zaten, maar nam elders plaats. Op weg naar hun kantoor liep hij voorop; de anderen volgden. Is Mr. Williams een hooghartig mens? Nee, maar wel erg vormelijk, zoals het toen hoorde. Je spreekt steeds op zachte toon, spreekt elkaar aan met Mr. X, Mrs. Y of Miss Z. Je zinnen start je bescheiden met "Ik vraag me af of..", "Is het mogelijk dat...", en je laat iedereen uitpraten. Heftige discussies zijn uit den boze en de baas heeft altijd gelijk. 

Werken bij de gemeente heeft het grote voordeel dat je tijdrovende, dus lastige klussen kunt afschuiven. Mr. Williams laat een jonge klerk drie dames begeleiden die met een verzoek komen. Ze worden van de ene afdeling naar de andere gestuurd; overal krijgen ze te horen dat hun verzoek elders in behandeling genomen moet worden. Als de jongen uiteindelijk weer bij zijn baas komt, legt die het verzoek op een stapeltje, met de opmerking dat het daar geen kwaad kan. Uitstellen, geen verantwoordelijkheid nemen, afschuiven, op zijn tijd een kop koffie drinken, zo vliegen de jaren voorbij.

Dan bezoekt Mr. Williams (slechts één keer krijgen we zijn voornaam te horen: Rodney) zijn arts, die hem vertelt dat hij nog maar een paar maanden te leven heeft. Wat nu? Van het leven genieten, leuke dingen doen, de hort opgaan...maar hij weet niet hoe dat moet. Langzaam maar zeker dringt bij hem het besef door dat hij toch maar een onbeduidend bestaan geleid heeft. Hij blijkt een gevoelig man te zijn, die net als ieder ander behoefte heeft aan liefde, vriendschap en geborgenheid. Als hij nu nog wat wil doen, moet hij opschieten...

Living is een remake van Ikiru, een film van de Japanse regisseur Akira Kurosawa (Rashomon, De zeven samoerai). De Engelse romanschrijver van Japanse afkomst, Kazuo Ishiguro (Never Let Me Go, The Remains of the Day)  bewerkte het script en zorgde ervoor dat Bill Nighy de hoofdrol kreeg. Hij is inmiddels genomineerd voor een Oscar. Omdat Living zich afspeelt in het Engeland van de jaren vijftig, heeft men er veel aan gedaan om het ook als een film uit die tijd te presenteren: het tempo ligt aangenaam laag, de kleuren zijn aangepast, de kadrering is van toen. 

Wat heeft het opgeleverd? Een film om van te houden: grappig, gevoelig, tot nadenken stemmend. Want we willen toch allemaal dat ons leven zin heeft gehad?

Living. Regisseur: Oliver Hermanus. Acteurs: Bill Nighy, Aimee Lou Wood, Alex Sharp. Land: Verenigd Koninkrijk. Uitgebracht: in 2022.


16-02-2023

OVER VADER EN ZOON

 Weet u eigenlijk wat vlas ìs? Ja, een gewas met blauwe bloemen, met lijnzaad en stengels die linnen opleveren. Daar valt goed geld mee te verdienen. Zo rond 1900, de tijd waarin onze roman zich afspeelt, is boer Vermeulen in zijn West - Vlaamse dorp de man tegen wie iedereen opkijkt. Zijn vlasakker ( in het Vlaams `vlaschaard'; spreek uit ' vlasjaard' ) wordt altijd alom bewonderd, zijn woord is wet. Zijn stugge gezicht met de stoppelbaard en zijn onverzettelijke houding stralen trots uit, macht en hoogmoed. Hij stelt alleen belang in iets als het hem geld oplevert: aardappelen, vlas, personeel. Dat geldt zelfs voor zijn vrouw, die hem in stilte verwijt dat hij haar sinds hun huwelijk nooit meer met haar voornaam heeft aangesproken. Hard werken, zaken doen, dat is zijn leven.

Ook zijn zoon Louis, twintig jaar en vol levenslust, is voor zijn harde vader slechts de meesterknecht, een willoze onderdaan, die 's avonds verantwoording moet afleggen over de werkzaamheden van die dag. Natuurlijk wil de zoon met zijn stevige lijf en een hoofd vol met frisse ideeën in de voetstappen van vader treden, maar die laat dat absoluut niet toe. 

Toch bestaan er overeenkomsten tussen beiden. Vader en zoon zijn in diepste wezen eenzaam. Boer Vermeulen omdat hij door zijn norse optreden niemand in zijn omgeving duldt die hem tegenspreekt, behalve zijn vrouw. Soms dringt het besef tot hem door dat hij er echt alleen voor staat.

Louis is eenzaam, omdat in dit jaar de hormonen enorm aan het opspelen zijn, wat inhoudt dat hij dolgraag met het jonge volk dat op hun boerderij werkt, zou willen dansen, zingen, drinken en de liefde bedrijven. Maar de jonge meisjes zien het grote standsverschil, dulden hem slechts. Voor hem zijn er de rijke boerendochters, maar daar zit niks bij, vindt hij. Alleen Schellebelle, een rossigblond werkmeisje van vijftien, toont zich echt verliefd.

 Er is nog iets: beide mannen zijn koppig. willen uitsluitend hun eigen gang gaan, laten zich door niemand wat zeggen. De zoon begint de vader tegen te spreken, en die reageert bars. Als er vlas gezaaid moet worden, raadt de zoon, gesteund door enkele getrouwen, zijn vader aan de laaggelegen akker in te zaaien, maar pa houdt het op de hoogkouter. Hij bestelt heel speciaal Russisch zaad, maar dat komt enkele weken te laat. Gevolg: een hoogst matige vlasakker, verlies van prestige, kwaaie koppen op de boerderij.

Vermeulen laat zich echt kennen als hij een boerderij in de buurt wil kopen. Dan is hij van zijn zoon af, die gaat dus naar elders, en hij heeft weer het rijk alleen op zijn eigen bedrijf. De dreiging om zijn macht te moeten delen of zelfs afstaan, zou daarmee afgewend zijn. Nu treedt boerin Barbele resoluut op, en dit doldrieste plan verdwijnt even uit het zicht. Maar het blijft knetteren tussen de twee mannen, en als lezer vrees je iets heel ergs. Inderdaad, dat komt er dan ook.

De vlaschaard is veel meer dan een streekroman. Streuvels geeft in een kleurrijke, beeldende kunsttaal, gebruikmakend van diverse West - Vlaamse dialecten, een goed beeld van een kleine, landelijke samenleving, met alle jaloezie, plezier, werklust en verdriet die in een heel jaar voorbijkomen. Daar bovenuit steekt een generatieconflict dat door de auteur in al zijn finesses belicht wordt. Hier is een groot schrijver aan het woord, die met deze roman veel succes had: veertig keer herdrukt, in zes talen vertaald, twee keer verfilmd.

Stijn Streuvels, De vlaschaard. Eerste druk 1907, veertigste druk uitgeverij Lannoo Tielt (België) in 2021. 324 blz.  

01-02-2023

KONINGSLUST VROEGER EN NU

 In het begin van de jaren zestig werkte auteur Ton van Reen, toen 21 jaar oud, als leerling - verpleger in een psychiatrisch ziekenhuis te Wassenaar. Vaak zat hij dan uitgebreid  te praten met mensen die maar niet in slaap konden komen. Een man vertelde hem toen een verhaal dat hem zijn leven lang bij zou blijven. Hij had jaren in de gevangenis gezeten voor een misdrijf dat hij niet gepleegd had. Vrijwillig onschuldig de bak in. Waarom doet een mens zo iets, vroeg de jeugdige Van Reen zich af, die toen al wel schreef, maar nog niet gepubliceerd had; dat kwam pas in 1965. En vooral: hoe maak ik daar een roman van? 

Met Het nooit geschreven verhaal, uitgebracht in 2022, geeft hij antwoord op deze vragen. Van Reen, geboren in 1941 in Waalwijk, maar al als baby opgegroeid in Panningen (Noord - Limburg), verplaatst de gebeurtenissen naar 1959 en 2019. Hij situeert de handelingen in het gebied dat hij het beste kent, namelijk in en rond Koningslust, een dorpje, slechts luttele kilometers verwijderd van Panningen. En voor de lezer die graag alles wil weten: al vele jaren woont Ton van Reen in Maasbree, op 13 km van Koningslust. Kortom, met deze roman speelt Van Reen een thuiswedstrijd.

Eens is er een moord gepleegd...of was het zelfverdediging...of een vergissing? Een ruzie leek in ieder geval onvermijdelijk. De jonge, rijke, arrogante boer uit Grashoek, Dorus Hanraats, was vastbesloten de mooie Maria uit Koningslust te veroveren. Maar voor Maria bestond er slechts één: de arme boerenzoon Harrie Leenders uit haar eigen dorp. Op een avond in augustus 1959 lopen 's avonds om elf uur, na een feest in een tent, Maria, Harrie en Anton, een trouwe vriend, langs het Oud Kanaal naar café Halfweg. Ze worden achtervolgd door een dronken Dorus en zijn vrienden. Dorus valt Maria lastig, Anton slaat hem met een stuk hout in het water. En dan? Harrie zegt dat hij Dorus uit het Kanaal heeft gehaald, Maria dat ze geprobeerd heeft hem te reanimeren, de vrienden van Dorus dat Harrie hem vermoord heeft. De meningen zijn, na zestig jaar, verdeeld. Maar de levens van vooral Maria en Harrie zijn onherstelbaar beschadigd.

Omdat Van Reen geregeld van 1959 naar 2019 springt, zie je de veranderingen. Eens was er in het dorp het Gesticht Sint Josef (voor geestelijk gehandicapten), daarna heette het Huize Savelberg, en het allereerst Huize Daelzicht. Toen vol met broeders, nu zijn er nog maar twee. Eens werd er elk jaar een zogenaamde fancy fair georganiseerd, waarvan de baten naar de missionarissen in Afrika gingen, nu zijn er al haast geen priesters meer, laat staan missionarissen. Een ongehuwd meisje dat zwanger raakte, moest bevallen in de vroedvrouwenschool in Heerlen, en mocht van geluk spreken als de onbarmhartige nonnen haar kindje niet wegnamen. 

Het verstrijken van de tijd en daarmee het veranderen van mens en samenleving, daar gaat deze streekroman over. Van Reen schrijft helder en sober; met goedgekozen details roept hij  het weelderige natuurschoon in Noord - Limburg op en hij klinkt wat weemoedig als hij liefdevol schrijft over al die mensen in en rond het dorp, daarbij af en toe uithalend naar die oppermachtige Katholieke Kerk.

 En de meelevende lezer denkt: al dat zwijgen van die plattelanders is toch maar niks. Práát, dat kan zo verhelderend werken.

Ton van Reen, Het nooit geschreven verhaal. Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem, 2022. 239 blz.

15-01-2023

ETENTJE

 "Vanavond is het weer zover", zei Max 's morgens tegen zijn vrouw. "Dan zal ik de smoking maar vast klaarleggen", antwoordde ze. "Hoe laat rijden jullie eigenlijk weg?" "Zo rond half acht. Ik moet de taxi nog bellen." 

Al op de lagere school was Max bezig de mensen om hem heen te amuseren. Toen deed hij de onderwijzers na, later op de hbs imiteerde hij de leraren en zong de hits van die dagen, terwijl hij aan de toneelavonden meedeed en in cabaretgroepjes zat. Als handelsreiziger was hij geen succes: hij praatte te lang, waardoor het moment om tot zaken te komen zich niet echt voordeed. Kort voor het uitbreken van de oorlog trouwde hij met Sofie; toen de Duitsers binnenstormden moesten ze maken dat ze wegkwamen. Het werd Zwitserland. In 1945, bij hun terugkomst in Amsterdam, trof hun het lot van zovelen: vrijwel niemand van hun families was er nog. Auschwitz, Bergen - Belsen enzovoort. 

"Weet je al waar jullie naartoe gaan?" vroeg Sofie. "Ik denk naar het Hilton, daar zijn we  een hele tijd niet geweest. Je wordt in het restaurant daar haast koninklijk bediend."

Max kon ook goed teksten schrijven: voor conferences, liedjes, revues. Het bracht aardig wat op, maar schrijven is zo'n eenzame bezigheid en Max zat graag tussen de mensen. Met volk om je heen word je vanzelf vrolijker en vergeet je de pijn. Want Max leed onder het verlies van broers en zusjes, ouders en schoolvrienden. Omdat hij en Sofie geen kinderen konden krijgen, was gezelligheid, praten en lachen in een grote groep voor Max een noodzaak geworden. Zijn vrouw had daar overigens totaal geen behoefte aan.

Waar Max in uitblonk was moppen tappen. Hij kon ze zelf bedenken, vertelde ze briljant en  had een ijzeren geheugen. Over elk onderwerp had hij wel een mop, grap, witz beschikbaar. Waarom zelf niet optreden met moppen?

Toen er op het Rembrandtplein een pand vrij kwam, leende hij geld van wat vrienden en maakte er een knus theatertje van. Het liep al gauw storm. Niet van de Amsterdammers, want die vonden het maar volkse grappenmakerij, maar van toeristen uit de rest van het land. Dagjesmensen uit Limburg, Groningen en Zeeland lachten zich een ongeluk om de witzen over Sam en Moos, de grappen over schoonmoeders, de moppen over huisvaders die vreemdgaan. Max bouwde een kaartsysteem op met enkele duizenden komische verhaaltjes, ingedeeld naar onderwerp. Later volgden nog boekjes en platen, alles even succesvol.

Maar gelukkig was hij niet. Ook na de oorlog viel het niet mee om jood te zijn. Geniepig antisemitisme, jaloezie, hij kon daar niet goed tegen. In hun appartement was het hem veel te stil. Sofie was het liefst thuis, verzorgde en bemoederde hem, kon zich verliezen in haar boeken, zodat je urenlang een speld kon horen vallen. 

Toen kwam er een nieuwe buur, een weduwe, Coby. Wat jonger dan zij, een charmante verschijning, op zoek naar contact. Max, altijd al gevoelig voor vrouwelijk schoon, nodigde haar uit, was de voorkomende gastheer, zodat ze al gauw geregeld bij elkaar over de vloer kwamen. Hoe reageerde Sofie? Met enige opluchting. Ze kende haar Max en vertrouwde hem volledig. Ze begreep dat hun bovenbuurvrouw haar van een vervelende taak kon verlossen. Sofie wilde het uitgangsleven helemaal niet in, waar allerlei vervelende mensen Max eindeloos aanspraken en een handtekening verlangden terwijl er altijd weer volk rondliep dat neerbuigende opmerkingen over joodjes wenste te maken. Binnen is het veilig, thuis is het leuk.

"Max, je moet Coby afhalen! De taxi staat voor." Als Sofie voor het raam staat om ze toe te wuiven, ziet ze haar Max in een smoking die hem inmiddels iets te krap zit, hoffelijk de deur van de zwarte limousine openhouden voor Coby. Die is helemaal in in een lange zwarte japon van tafzijde gehuld en draagt al haar juwelen, wat haar iets kermisachtigs geeft. De vrouwen zwaaien enthousiast naar elkaar. Dan zoeft de wagen weg.

Eens in de maand speelt zich dit tafereel af. Max is springerig als een jonge hond, Sofie blij dat ze niet mee hoeft, Coby opgewonden over de komende spannende uren. Straks ligt hij weer naast me, denkt Sofie, en pakt het boek op waar ze al een tijdje mee bezig is.

01-01-2023

HET PROCES VAN KAFKA

 Hoewel hij niets kwaads had gedaan, wordt Josef K. op de ochtend van zijn dertigste verjaardag gearresteerd. De twee mannen die zich daarmee belasten, leggen hem uit dat de Rechtbank (of de Overheid, of het Gerecht) nooit onder de bevolking gaat zoeken naar schuld, maar altijd door de schuld wordt aangetrokken en daarom bewakers eropuit stuurt.  Er is een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd, zeker, maar hij kan rustig naar zijn werk gaan (hij is procuratiehouder bij een bank) en moet het verdere verloop maar afwachten.  K. ging er tot dusver vanuit dat dat hij in een rechtsstaat leeft, met wetten die gehandhaafd worden. Hoezo arrestatie?

Aanvankelijk neemt K. de kwestie laconiek op, hij is nu eenmaal onschuldig, maar dat wordt anders als hij een oproep krijgt. Hij moet zich op een zondag melden, zodat hij niet bij zijn dagelijkse werk gestoord wordt. Er blijken trouwens ook 's nachts onderzoeken plaats te vinden. De rechterlijke vertrekken bevinden zich op zolders van armzalige huizen in volksbuurten. Hij ontmoet daar talloze aangeklaagden zoals hij. Er zijn mensen die van zijn proces afweten, hem er ernstig op aanspreken, vertellen dat hij er niet goed voor staat. Een proces blijkt niet openbaar behandeld te worden, de akte van beschuldiging is niet toegankelijk voor de beklaagde en zijn verdediging. Die is overigens eigenlijk niet toegestaan en wordt slechts door de Rechtbank geduld. Een advocaat is vooral bruikbaar om contacten te leggen met de lagere ambtenaren, die hij dan tot corruptie kan proberen over te halen. Dus: alles komt uitsluitend op de beklaagde zelf neer. Arme, eenzame Josef K.! 

Verontrust gaat hij op onderzoek uit. Een kunstschilder die veel in rechterlijke kringen vertoeft, weet: als de Rechtbank iemand aanklaagt, is deze overtuigd van zijn schuld en blijft daar ook bij. De uiteindelijke beslissingen van de Rechtbank worden niet gepubliceerd, ze zijn niet eens toegankelijk voor de rechters. Het recht tot vrijspraak heeft alleen de hoogste, een voor iedereen volkomen onbereikbare Rechtbank. 

Er dringt zich door al dat gepieker en gepraat toch een gevoel van schuld aan K. op. Wat heb ik fout gedaan? Waarom spreekt iedereen me zo ernstig toe? De laatste die dat doet is de gevangeniskapelaan in de Dom. Hij kondigt Josef in bedekte termen diens dood aan en vertelt hem de parabel Vor dem Gesetz, die we ook uit ander werk van Kafka kennen.

Op de vooravond van zijn eenendertigste verjaardag halen twee heren Josef K. van huis, nemen hem mee tot buiten de stad en doden hem met messteken. Hij verzet zich niet.

Nee, natuurlijk is Der Prozess geen realistische roman. Het boek werd in 1914 - 1915 in Praag geschreven en na de dood van de auteur in 1925 gepubliceerd. Als u er een vooruitwijzing naar nazi - Duitsland of communistisch Rusland in wil zien: waarom ook niet? Er bestaan ook theologische, filosofische en psychologische interpretaties. Freud wordt uiteraard geregeld genoemd, want diverse vreemde gebeurtenissen en onbegrijpelijke handelingen wijzen erop dat je als lezer geconfronteerd wordt met het innerlijk, de wereld van het onbewuste, van Josef K. 

Geen vrouw of vriendin, geen kinderen, geen vrienden, één keer in de week naar dezelfde prostituee: veel eenzamer kan een mens niet zijn. Opgejaagd door een onbestemd, maar hardnekkig schuldgevoel, voortdurend om raad vragend maar nooit wijzer wordend: zou Kafka zichzelf zo gezien hebben? Is Josef K. de dolende mens, op zoek naar de zin van het bestaan? Na lezing van Kafka's werk zit je altijd met vragen; hij blijft geheimzinnig en daarom ook, bij tijd en wijle, fascinerend. 

Franz Kafka, Het proces. Vertaling Willem van Toorn. Uitgeverij Athenaeum, Amsterdam, 2020. 232 blz.