Zo'n vijf minuten heeft Fjodor Dostojevski (1821 - 1881) echt gedacht dat hij geëxecuteerd zou worden. Als hij met veertien kameraden voor het vuurpeloton staat, voor een klein vergrijp veroordeeld tot de doodstraf, gekleed in een lang wit doodshemd, en de commandant zijn sabel al opsteekt ten teken dat er geschoten kan worden, rijden er een paar koetsjes het terrein op. Er ontstaat lichte verwarring, maar dan komt het bericht dat tsaar Nicolaas I de straf heeft verzacht, wat voor Dostojevski betekent dat hij vier jaar in een Siberisch strafkamp moet doorbrengen. Nicolaas wilde de opstandelingen nog even flink schrik aanjagen. Dostojevski is dan 28 jaar; in zijn vaderland staat hij bekend als een veelbelovend schrijver.
In Omsk wordt hij als politiek gevangene door leiding en bewakers aanzienlijk humaner behandeld dan de echte criminelen die daar ook rondlopen. Deze beschouwen de schrijver, die tot de lagere adel behoort en gestudeerd heeft, als een heertje dat nooit zijn handen heeft vuil gemaakt. Daarom verachten ze hem en trachten hem te vernederen. Dat lukt niet, want fysiek wordt hij steeds sterker en zijn mentale kracht blijft ongebroken. Maar de eenzaamheid knaagt aan hem, terwijl hij aan zijn hartstochtelijk verlangen om te schrijven niet toe kan geven.
Hoe weten we dit allemaal? In 1854 werd Dostojevski vrijgelaten uit de strafkolonie en overgebracht naar het stadje Semipalatinsk, waar, geheel uit vrije wil, Alexander von Wrangel woonde, elf jaar jonger dan de schrijver en officier van justitie van beroep. Beiden zijn ongetrouwd, hebben dezelfde adellijke achtergrond, houden van literatuur en filosofie. Ze sluiten al snel vriendschap, zullen elkaar jarenlang op alle mogelijke manieren steunen en vele vertrouwelijke brieven schrijven, die in diverse musea te raadplegen zijn. Het alledaagse leven in dat barre Siberië, hun opmerkelijke verliefdheden, en vooral het karakter van één van 's werelds grootste auteurs: dankzij Von Wrangel kunnen we er ons een heel aardig beeld van vormen.
Dostojevski was in hoge mate geïnteresseerd in vooral de psyche van misdadigers. Omdat Wrangel elke dag met deze mensen te maken had, vroeg hij hem honderduit. In die tijd zag men misdadigers als uitschot, hun motieven of achtergrond kon niemand wat schelen. Dostojevski, die een zwak had voor de underdogs van deze wereld, dus wel, zoals hij ook geboeid raakte door geweld, uitbuiting, onderdrukking. Het viel Wrangel op dat zijn vriend zo snel mensen doorzag, hun leugens doorprikte, hem voor sommige waarschuwde, maar toch nadrukkelijk zeer vergevensgezind was. Hij begreep kennelijk hoezeer wij allen geneigd zijn tot het kwade.
Jan Brokken heeft zich zó ingeleefd in Alexander von Wrangel, dat hij in staat was diens levensverhaal in de ik - vorm te vertellen. Gebruikmakend van zijn brieven en memoires, puttend uit de herinneringen van zijn jongere broer Nikolaj, grasduinend in de vijfdelige biografie van Dostojevski van de Amerikaan Joseph Frank, kan Brokken de nieuwsgierige lezer garanderen dat alle feiten kloppen. De meningen zijn voor rekening van Wrangel, zoals Brokken hem gelezen en begrepen heeft. De Kozakkentuin is een documentaire roman geworden, boeiend, vol interessante informatie over excentrieke mensen.
Jan Brokken, De Kozakkentuin, Amsterdam/Antwerpen, 2015. 349 blz.
07-08-2016
24-07-2016
EEN FILMKLASSIEKER: HANNAH AND HER SISTERS
Met Hannah (Mia Farrow) zelf gaat alles crescendo: ze is weliswaar gescheiden van haar eerste man Mickey, maar dat was dan ook een neuroot en hypochonder (uiteraard gespeeld door Woody Allen) zoals je ze maar zelden tegenkomt. Haar huwelijk met Elliot (Michael Caine) nadert voor haar gevoel de perfectie. Bovendien heeft Hannah het acteertalent waar haar ouders en haar zus Holly niet over beschikken. Ze mag hoofdrollen spelen in stukken van Strindberg en Shakespeare, terwijl Holly (Dianna Wiest) niet verder komt dan mislukte audities en ongelukkige liefdes.
Die andere zus, Lee (Barbara Hershey), zit opgescheept met een norse kunstschilder ( Max von Sydow, de favoriete acteur van Ingmar Bergman), die overigens nog eerder dan zijn vrouw doorheeft dat Michael Caine smoorverliefd op haar is, maar zich vooralsnog fatsoenshalve loopt in te houden. Lee zoekt tamelijk wanhopig naar een zinvolle invulling van haar leven en moet toezien hoe bij Hannah alles zo soepel verloopt. Die is tegelijkertijd een zorgzame moeder, een trouwe echtgenote en een liefdevolle zus. Tja, op zo iemand kun je gemakkelijk jaloers worden, zeker als die wel van de alcohol en de coke af kan blijven. Hannah and her sisters (1986) lijkt een aaneenschakeling van relatieproblemen, grotestadsneuroses, komische misverstanden en puberaal gedrag van volwassenen. Maar er is meer.
Zoals zo vaak bij Woody Allen, regisseur en scenarioschrijver, wisselen komedie en tragedie elkaar af. De komische oneliners kunnen echter niet verhullen dat alle personen hun wanhoop kennen, ongelukkig zijn, zoeken naar liefde, geborgenheid, de zin van het bestaan. En omdat de bejaarde ouders van de drie zussen door middel van anekdotes, liedjes en pianospel terugblikken op hun leven, voegt de regisseur er nog een shot vergankelijkheid aan toe. Inderdaad, ernst is er genoeg in deze film. Het hoge tempo waarin alle verwikkelingen aan de kijker gepresenteerd worden en de humor houden die ernst weer in bedwang. Daarom is het slot ook in orde: twee gekneusden in de liefde vallen voor elkaar, omdat ze nu wel de zwakheden van de ander respecteren.
Artistiek en commercieel gezien is Hannah and her sisters dan ook een van Allens meest succesvolle films geworden. Mia Farrow, toen de vrouw van Woody, was enigszins ontsteld toen hij met het script kwam aanzetten: hij had uitgebreid gebruik gemaakt van allerlei geheimpjes uit de familie - en vriendenkring. Dat kon de jury uiteraard niet schelen. Hoewel iedereen wist dat hij niet zou komen op de uitreiking kreeg de scenarioschrijver een Oscar, net als Caine en Wiest.
Die andere zus, Lee (Barbara Hershey), zit opgescheept met een norse kunstschilder ( Max von Sydow, de favoriete acteur van Ingmar Bergman), die overigens nog eerder dan zijn vrouw doorheeft dat Michael Caine smoorverliefd op haar is, maar zich vooralsnog fatsoenshalve loopt in te houden. Lee zoekt tamelijk wanhopig naar een zinvolle invulling van haar leven en moet toezien hoe bij Hannah alles zo soepel verloopt. Die is tegelijkertijd een zorgzame moeder, een trouwe echtgenote en een liefdevolle zus. Tja, op zo iemand kun je gemakkelijk jaloers worden, zeker als die wel van de alcohol en de coke af kan blijven. Hannah and her sisters (1986) lijkt een aaneenschakeling van relatieproblemen, grotestadsneuroses, komische misverstanden en puberaal gedrag van volwassenen. Maar er is meer.
Zoals zo vaak bij Woody Allen, regisseur en scenarioschrijver, wisselen komedie en tragedie elkaar af. De komische oneliners kunnen echter niet verhullen dat alle personen hun wanhoop kennen, ongelukkig zijn, zoeken naar liefde, geborgenheid, de zin van het bestaan. En omdat de bejaarde ouders van de drie zussen door middel van anekdotes, liedjes en pianospel terugblikken op hun leven, voegt de regisseur er nog een shot vergankelijkheid aan toe. Inderdaad, ernst is er genoeg in deze film. Het hoge tempo waarin alle verwikkelingen aan de kijker gepresenteerd worden en de humor houden die ernst weer in bedwang. Daarom is het slot ook in orde: twee gekneusden in de liefde vallen voor elkaar, omdat ze nu wel de zwakheden van de ander respecteren.
Artistiek en commercieel gezien is Hannah and her sisters dan ook een van Allens meest succesvolle films geworden. Mia Farrow, toen de vrouw van Woody, was enigszins ontsteld toen hij met het script kwam aanzetten: hij had uitgebreid gebruik gemaakt van allerlei geheimpjes uit de familie - en vriendenkring. Dat kon de jury uiteraard niet schelen. Hoewel iedereen wist dat hij niet zou komen op de uitreiking kreeg de scenarioschrijver een Oscar, net als Caine en Wiest.
17-07-2016
EEN AANBOD DAT JE NIET KUNT WEIGEREN
De nieuwe buurman van Gerrit was weliswaar op leeftijd, maar over vrouwelijke belangstelling had hij niet te klagen. Met zijn één meter negentig, dikke grijze haar en bronzen stem viel hij in schouwburgen, bars en restaurants al gauw op. Bovendien kleedde hij zich altijd volgens de laatste mode en kon hij goed getimed claxonneren als hij in zijn sportwagen triomfantelijk voorbijreed.
Nico was al jaren weduwnaar toen hij het huis naast Gerrit kocht. Kinderen had hij wel, maar hij zag ze zelden, want ze woonden ver weg. Daarom zocht hij voorzichtig contact met zijn buurman. Een mens heeft tenslotte weleens zin om een praatje te maken, zeker als je in zo'n groot huis woont dat de stilte op den duur beklemmend gaat werken. En ondanks het leeftijdsverschil - Gerrit was ongeveer twintig jaar jonger - raakten beide mannen bevriend.
Een paar keer in de week liep Gerrit 's avonds bij Nico binnen. Hij keek dan wel eerst of er geen damesbezoek was, want opbloeiende romances wilde hij uiteraard niet verstoren. Nico beschikte over een brede smaak: blond, roodharig, zwartgeverfd, lange of juist korte benen, het maakte hem kennelijk weinig uit. Aantrekkelijk waren ze allemaal. Gerrit werd er weleens jaloers van, want zijn eerste en enige liefde zat meestal met krulspelden in het haar in hun huiskamer naar Boer zoekt vrouw te kijken.
Toen Nico zijn heup brak, werd alles anders. De vrouwen kwamen niet meer, Nico lag er hulpeloos bij en deed een beroep op Gerrit en zijn Truus. Ze haalden de boodschappen, nodigden hem uit voor het eten, doodden met hem de lange winteravonden. Nico, die in korte tijd snel verouderde, begon vertrouwelijk te worden. De charmeur van eens, die ze toch vooral gekend hadden als een man die zich vriendelijk maar gereserveerd door het leven bewoog, bleek bereid om onder vier ogen wat van zijn binnenste prijs te geven. Gerrit, gedreven door de nieuwsgierigheid van een ontdekkingsreiziger in een onbekend oerwoud, begon vragen te stellen over zijn successen bij de vrouwen. Waarom kwamen ze? Hoe deed hij dat?
"Ik heb geluk gehad met mijn uiterlijk", zei Nico bescheiden. "En dat is eigenlijk altijd zo geweest. Op school zaten vanaf mijn zestiende de meisjes al achter me aan. Ik vond briefjes in mijn tas, ze stonden buiten op me te wachten, kwamen me vragen of ik ze met hun huiswerk wilde helpen. En dat bleef zo maar doorgaan. Ik werd er soms verlegen van."
Gerrit viel even stil. Ja, dat had hij ook wel gewild. Meer dan Truus had er voor hem niet ingezeten. Hij wist overigens dat ook Nico zijn tegenslagen had gekend. Daarom vroeg hij: "Je hebt me eens verteld dat je op je vijfenveertigste plotseling weduwnaar werd. Begon het toen allemaal weer?"
Nico zweeg even. Zijn huwelijk was goed geweest, wist Gerrit. Nico bleek een trouwe echtgenoot en had sterk geleden onder het plotselinge verlies van zijn vrouw.
"Natuurlijk lijd je. Je hebt nergens zin in, alles is grauw om je heen. Daarna leefde ik een beetje op. Ik mag het eigenlijk niet zeggen, het klinkt cru, maar alleen zijn heeft toch één voordeel: je bent vrij, onafhankelijk, niemand verlangt van jou iets waar je geen zin in hebt. Na een jaartje las ik tot diep in de nacht boeken, ging 's middags naar de bioscoop, deed kortom dingen die vroeger onbestaanbaar waren. De kinderen zaten op een internaat in het buitenland, dus ik kon mijn gang gaan. Zeker, ik miste een vrouw om me heen..." en hij begon geheimzinnig te lachen.
"Op een avond werd ik gebeld. Een dame met een beschaafde stem stelde zich voor en vroeg of ik inderdaad Nico D. was, weduwnaar, die daar en daar woonde. Ik bevestigde dat. Toen deed ze me een voorstel. Of ik zin had om met haar een weekje in New York door te brengen, in een luxueus hotel, daar leuke tripjes te maken, en dat alles op haar kosten. We kenden elkaar totaal niet, nooit gezien, niets, niets. Ik heb het aanbod afgewezen, maar ben op onderzoek uitgegaan, en wat bleek?"
"Nou?" vroeg Gerrit gespannen.
"Er bestaan in Nederland groepjes van alleenstaande, bemiddelde, wat oudere vrouwen, die op zoek zijn naar aantrekkelijke, beschikbare mannen. Ze wisselen adressen uit, telefoonnummers, foto's. Ze houden elkaar op de hoogte van de stand van zaken. Ik bleek ook op hun lijstjes te staan. Zo heb ik Godelief leren kennen. Die wilde ook wat van mij."
"Wat dan?" drong Gerrit begerig aan.
"Met mij is het niets geworden, maar dankzij dat damesclubje heeft ze Herman leren kennen, en met hem is ze gaan samenwonen. Ze pasten uitstekend bij elkaar, behalve op één onderdeel." Nico keek Gerrit veelbetekenend aan.
"Hoe bedoel je?" wilde Gerrit verlekkerd weten.
"Op een avond kwamen ze bij me langs. Na wat heen en weer gepraat begon Herman te mompelen dat er een probleem was, en of ik wilde helpen. Ik vermoedde wel iets, maar hij moest het toch echt zelf zeggen. Toen kwam het hoge woord eruit: Godelief en hij hadden een fantastische relatie, alleen, seksueel klopte het niet. Hij kon het niet meer. "Dat is beroerd voor jou, Herman", zei ik toen, "maar wat heb ik daarmee te maken? " Dat was het moment voor Godelief om in te grijpen. Ze kwam dicht bij me zitten en fluisterde: "Je weet dat ik erg hartstochtelijk ben, Nico. Wil jij niet af en toe de rol van Herman overnemen? Hij vindt dat goed, we hebben er uitgebreid over gesproken."
Nico zweeg. Het verhaal was kennelijk afgelopen.
"En? Heb je het gedaan?" informeerde Gerrit opgewonden.
Nico antwoordde niet. Wel meende Gerrit een arrogant, enigszins minachtend glimlachje om zijn lippen te zien.
Nico was al jaren weduwnaar toen hij het huis naast Gerrit kocht. Kinderen had hij wel, maar hij zag ze zelden, want ze woonden ver weg. Daarom zocht hij voorzichtig contact met zijn buurman. Een mens heeft tenslotte weleens zin om een praatje te maken, zeker als je in zo'n groot huis woont dat de stilte op den duur beklemmend gaat werken. En ondanks het leeftijdsverschil - Gerrit was ongeveer twintig jaar jonger - raakten beide mannen bevriend.
Een paar keer in de week liep Gerrit 's avonds bij Nico binnen. Hij keek dan wel eerst of er geen damesbezoek was, want opbloeiende romances wilde hij uiteraard niet verstoren. Nico beschikte over een brede smaak: blond, roodharig, zwartgeverfd, lange of juist korte benen, het maakte hem kennelijk weinig uit. Aantrekkelijk waren ze allemaal. Gerrit werd er weleens jaloers van, want zijn eerste en enige liefde zat meestal met krulspelden in het haar in hun huiskamer naar Boer zoekt vrouw te kijken.
Toen Nico zijn heup brak, werd alles anders. De vrouwen kwamen niet meer, Nico lag er hulpeloos bij en deed een beroep op Gerrit en zijn Truus. Ze haalden de boodschappen, nodigden hem uit voor het eten, doodden met hem de lange winteravonden. Nico, die in korte tijd snel verouderde, begon vertrouwelijk te worden. De charmeur van eens, die ze toch vooral gekend hadden als een man die zich vriendelijk maar gereserveerd door het leven bewoog, bleek bereid om onder vier ogen wat van zijn binnenste prijs te geven. Gerrit, gedreven door de nieuwsgierigheid van een ontdekkingsreiziger in een onbekend oerwoud, begon vragen te stellen over zijn successen bij de vrouwen. Waarom kwamen ze? Hoe deed hij dat?
"Ik heb geluk gehad met mijn uiterlijk", zei Nico bescheiden. "En dat is eigenlijk altijd zo geweest. Op school zaten vanaf mijn zestiende de meisjes al achter me aan. Ik vond briefjes in mijn tas, ze stonden buiten op me te wachten, kwamen me vragen of ik ze met hun huiswerk wilde helpen. En dat bleef zo maar doorgaan. Ik werd er soms verlegen van."
Gerrit viel even stil. Ja, dat had hij ook wel gewild. Meer dan Truus had er voor hem niet ingezeten. Hij wist overigens dat ook Nico zijn tegenslagen had gekend. Daarom vroeg hij: "Je hebt me eens verteld dat je op je vijfenveertigste plotseling weduwnaar werd. Begon het toen allemaal weer?"
Nico zweeg even. Zijn huwelijk was goed geweest, wist Gerrit. Nico bleek een trouwe echtgenoot en had sterk geleden onder het plotselinge verlies van zijn vrouw.
"Natuurlijk lijd je. Je hebt nergens zin in, alles is grauw om je heen. Daarna leefde ik een beetje op. Ik mag het eigenlijk niet zeggen, het klinkt cru, maar alleen zijn heeft toch één voordeel: je bent vrij, onafhankelijk, niemand verlangt van jou iets waar je geen zin in hebt. Na een jaartje las ik tot diep in de nacht boeken, ging 's middags naar de bioscoop, deed kortom dingen die vroeger onbestaanbaar waren. De kinderen zaten op een internaat in het buitenland, dus ik kon mijn gang gaan. Zeker, ik miste een vrouw om me heen..." en hij begon geheimzinnig te lachen.
"Op een avond werd ik gebeld. Een dame met een beschaafde stem stelde zich voor en vroeg of ik inderdaad Nico D. was, weduwnaar, die daar en daar woonde. Ik bevestigde dat. Toen deed ze me een voorstel. Of ik zin had om met haar een weekje in New York door te brengen, in een luxueus hotel, daar leuke tripjes te maken, en dat alles op haar kosten. We kenden elkaar totaal niet, nooit gezien, niets, niets. Ik heb het aanbod afgewezen, maar ben op onderzoek uitgegaan, en wat bleek?"
"Nou?" vroeg Gerrit gespannen.
"Er bestaan in Nederland groepjes van alleenstaande, bemiddelde, wat oudere vrouwen, die op zoek zijn naar aantrekkelijke, beschikbare mannen. Ze wisselen adressen uit, telefoonnummers, foto's. Ze houden elkaar op de hoogte van de stand van zaken. Ik bleek ook op hun lijstjes te staan. Zo heb ik Godelief leren kennen. Die wilde ook wat van mij."
"Wat dan?" drong Gerrit begerig aan.
"Met mij is het niets geworden, maar dankzij dat damesclubje heeft ze Herman leren kennen, en met hem is ze gaan samenwonen. Ze pasten uitstekend bij elkaar, behalve op één onderdeel." Nico keek Gerrit veelbetekenend aan.
"Hoe bedoel je?" wilde Gerrit verlekkerd weten.
"Op een avond kwamen ze bij me langs. Na wat heen en weer gepraat begon Herman te mompelen dat er een probleem was, en of ik wilde helpen. Ik vermoedde wel iets, maar hij moest het toch echt zelf zeggen. Toen kwam het hoge woord eruit: Godelief en hij hadden een fantastische relatie, alleen, seksueel klopte het niet. Hij kon het niet meer. "Dat is beroerd voor jou, Herman", zei ik toen, "maar wat heb ik daarmee te maken? " Dat was het moment voor Godelief om in te grijpen. Ze kwam dicht bij me zitten en fluisterde: "Je weet dat ik erg hartstochtelijk ben, Nico. Wil jij niet af en toe de rol van Herman overnemen? Hij vindt dat goed, we hebben er uitgebreid over gesproken."
Nico zweeg. Het verhaal was kennelijk afgelopen.
"En? Heb je het gedaan?" informeerde Gerrit opgewonden.
Nico antwoordde niet. Wel meende Gerrit een arrogant, enigszins minachtend glimlachje om zijn lippen te zien.
15-07-2016
OORLOG EN VREDE
Voor de opperbevelhebber van het Russische leger Koetoezov (1745 - 1813) is het glashelder: wil je een oorlog winnen, dan hangt dat uitsluitend en alleen af van het moraal van je troepen. Tactische opstellingen en van tevoren bedachte manoeuvres, ze zijn allemaal niets waard, want in het veld loopt alles anders. Het enige wat telt is dat je manschappen bezeten zijn van slechts één gedachte: winnen. Tracht je soldaten hiervan te doordringen, vermijd onnodige veldslagen, hoop erop dat God je welgevallig is, meer kan een eenvoudig generaal niet doen. Hij geeft de mening weer van Tolstoj, en in 1812 krijgt hij gelijk met zijn stelling dat tijd en geduld de sterkste wapens zijn.
In de periode waarin Oorlog en vrede (1870) zich afspeelt, 1805 - 1812, verovert Napoleon, die zichzelf als een geniaal veldheer zag, in Europa het ene na het andere land. Op 12 juni 1811 valt hij Rusland binnen. Op 7 september 1812 vindt de Slag van Borodino plaats, een week later bezet Napoleon Moskou, met als gevolg dat dezelfde dag nog die stad in brand wordt gestoken. Tegen deze woelige achtergrond vertelt Lev Tolstoj (1828 - 1910) ons de geschiedenis van de adellijke families en grootgrondbezitters Rostov en Oblonski. We raken verzeild in een wereld die de schrijver zelf zo goed kende: rijkdom, weelde, pracht en praal, tientallen bedienden, diners, bals, jachtpartijen. Beide families leveren een hoofdpersoon: Pierre en Andrej kennen en waarderen elkaar, al zijn ze totaal verschillend. De eerste is verstrooid, onhandig, geneigd toe te geven aan zinnelijke verlokkingen, ook op zoek naar de zin van het leven. Andrej kan men een scepticus noemen, erg eerzuchtig, afstandelijk. Tijdgenoten waren het erover eens dat beide personages trekken van Tolstoj zelf vertoonden.
Gaat dit omvangrijke werk overigens alleen over mannen? Welnee: de beeldschone, maar oerdomme Hélène, de knappe, spontane Natasja, de onaantrekkelijke Marja met haar prachtige ogen en haar edelmoedige karakter, ze raken allen verwikkeld in liefdesaffaires en dat komt goed uit, want als geen ander kan Tolstoj verliefde mensen beschrijven. Hoe ze denken, wat ze voelen, hoezeer ze lijden, de manier waarop ze naar hun geliefde kijken. Het zal u heel bekend voorkomen.
Ongeveer 580 personages, talloze verhaallijnen, historische figuren en beschouwingen over geschiedenis en veldslagen: deze overweldigende roman, geschreven in een aangename, heldere stijl, is een schatkamer waarin je nooit uitgelezen, maar ook niet in verdwaald raakt. Er bestaat een wisselwerking tussen de historische gebeurtenissen en de ontwikkeling van de belangrijkste personen; Tolstoj vertelt zijn verhalen aan de hand van een groot aantal korte, levendige scènes met geloofwaardige dialogen en wisselende perspectieven. Kortom, Oorlog en vrede is een klassiek meesterwerk van een rasverteller.
Leo Tolstoj, Oorlog en vrede. Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2006. Vertaald en van aantekeningen, nawoord en personenregister voorzien door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes. 1624 blz.
In de periode waarin Oorlog en vrede (1870) zich afspeelt, 1805 - 1812, verovert Napoleon, die zichzelf als een geniaal veldheer zag, in Europa het ene na het andere land. Op 12 juni 1811 valt hij Rusland binnen. Op 7 september 1812 vindt de Slag van Borodino plaats, een week later bezet Napoleon Moskou, met als gevolg dat dezelfde dag nog die stad in brand wordt gestoken. Tegen deze woelige achtergrond vertelt Lev Tolstoj (1828 - 1910) ons de geschiedenis van de adellijke families en grootgrondbezitters Rostov en Oblonski. We raken verzeild in een wereld die de schrijver zelf zo goed kende: rijkdom, weelde, pracht en praal, tientallen bedienden, diners, bals, jachtpartijen. Beide families leveren een hoofdpersoon: Pierre en Andrej kennen en waarderen elkaar, al zijn ze totaal verschillend. De eerste is verstrooid, onhandig, geneigd toe te geven aan zinnelijke verlokkingen, ook op zoek naar de zin van het leven. Andrej kan men een scepticus noemen, erg eerzuchtig, afstandelijk. Tijdgenoten waren het erover eens dat beide personages trekken van Tolstoj zelf vertoonden.
Gaat dit omvangrijke werk overigens alleen over mannen? Welnee: de beeldschone, maar oerdomme Hélène, de knappe, spontane Natasja, de onaantrekkelijke Marja met haar prachtige ogen en haar edelmoedige karakter, ze raken allen verwikkeld in liefdesaffaires en dat komt goed uit, want als geen ander kan Tolstoj verliefde mensen beschrijven. Hoe ze denken, wat ze voelen, hoezeer ze lijden, de manier waarop ze naar hun geliefde kijken. Het zal u heel bekend voorkomen.
Ongeveer 580 personages, talloze verhaallijnen, historische figuren en beschouwingen over geschiedenis en veldslagen: deze overweldigende roman, geschreven in een aangename, heldere stijl, is een schatkamer waarin je nooit uitgelezen, maar ook niet in verdwaald raakt. Er bestaat een wisselwerking tussen de historische gebeurtenissen en de ontwikkeling van de belangrijkste personen; Tolstoj vertelt zijn verhalen aan de hand van een groot aantal korte, levendige scènes met geloofwaardige dialogen en wisselende perspectieven. Kortom, Oorlog en vrede is een klassiek meesterwerk van een rasverteller.
Leo Tolstoj, Oorlog en vrede. Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2006. Vertaald en van aantekeningen, nawoord en personenregister voorzien door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes. 1624 blz.
10-07-2016
STONER
Je zou Bill Stoner een beklagenswaardig man kunnen noemen, al ben ik er zeker van dat hij tegen deze kwalificatie heftig zou protesteren. Voorbestemd om op de kleine boerderij van zijn ouders een schamele boterham te verdienen, krijgt hij de kans om op de landbouwhogeschool van de universiteit van Columbia te studeren. Niemand kan hem helpen, alleen moet hij zijn weg zoeken. De verplichte cursus Inleiding tot de Engelse letterkunde slaat als de bliksem in. Hoewel zijn ouders er niets van begrijpen, verandert hij van studierichting. Hij raakt verliefd op de mooie, maar raadselachtige bankiersdochter Edith, en ze trouwen, hoewel ze elkaar nog nauwelijks kennen. Na de eerste serieuze vrijpartij verlaat Edith het bed om op de toilet over te geven. Ze is zwijgzaam, nukkig, en nauwelijks geïnteresseerd in hem en zijn werk. Na een maand weet hij dat dit huwelijk een mislukking is, na een jaar gaat hij er, terecht, vanuit dat het nooit meer iets zal worden. Hun enigst kind, Grace, zal, als ze er de leeftijd voor heeft, het ouderlijk huis verlaten, omdat het haar als een gevangenis voorkomt.
Ook op de universiteit waar hij als docent Engelse letterkunde tot aan zijn dood werkzaam is, treft hij iemand die in staat blijkt hem al die jaren te haten en dwars te zitten. Slechts één vriend steunt hem; zijn onverzettelijkheid en liefde voor zijn beroep slepen hem erdoorheen. Bill is de eenling, de loner, voor wie het leven weinig presentjes klaar heeft liggen.
Toch ziet hij dat zelf helemaal anders. Bijna veertig jaar mag hij doen wat zijn passie is: oudere Engelse literatuur lezen en onderwijzen. Shakespeare, Marlowe en Shelley zijn vrienden. Ze helpen hem de twee wereldoorlogen door te komen, die bronnen van ellende en droefenis. Na de eerste aarzelende jaren durft hij zich tegenover de studenten vrijelijk te uiten en zijn enthousiasme te tonen. Hij stelt er een eer in om als een goed docent beschouwd te worden, en dat lukt hem. Bovendien mag hij nog proeven van echte, ware, oprechte liefde, geschonken door een jonge, vrouwelijke collega. Hoezo tragisch?
John Williams (1922 - 1994) schrijft glasheldere, soms diepzinnige, vaak heel sfeervolle zinnen, vol geuren en klanken. Hij heeft het vermogen diep in de psyche van zijn hoofdpersonen binnen te dringen en toch begrijpelijk te blijven. Zijn stijl en realisme doen me denken aan Tolstoj, en deze overeenkomst wordt nog eens versterkt door het hartverscheurende slot, dat veel weg heeft van dat beroemde verhaal van Tolstoj, De dood van Iwan Iljitsj. Tolstoj en Williams: beiden schrijven zó dat u denkt dat ze het over u hebben. Ook daarom las Stoner zo graag.
John Williams, Stoner. New York, 1965. Vertaling Edzard Krol, Amsterdam 2012. 319 blz.
Ook op de universiteit waar hij als docent Engelse letterkunde tot aan zijn dood werkzaam is, treft hij iemand die in staat blijkt hem al die jaren te haten en dwars te zitten. Slechts één vriend steunt hem; zijn onverzettelijkheid en liefde voor zijn beroep slepen hem erdoorheen. Bill is de eenling, de loner, voor wie het leven weinig presentjes klaar heeft liggen.
Toch ziet hij dat zelf helemaal anders. Bijna veertig jaar mag hij doen wat zijn passie is: oudere Engelse literatuur lezen en onderwijzen. Shakespeare, Marlowe en Shelley zijn vrienden. Ze helpen hem de twee wereldoorlogen door te komen, die bronnen van ellende en droefenis. Na de eerste aarzelende jaren durft hij zich tegenover de studenten vrijelijk te uiten en zijn enthousiasme te tonen. Hij stelt er een eer in om als een goed docent beschouwd te worden, en dat lukt hem. Bovendien mag hij nog proeven van echte, ware, oprechte liefde, geschonken door een jonge, vrouwelijke collega. Hoezo tragisch?
John Williams (1922 - 1994) schrijft glasheldere, soms diepzinnige, vaak heel sfeervolle zinnen, vol geuren en klanken. Hij heeft het vermogen diep in de psyche van zijn hoofdpersonen binnen te dringen en toch begrijpelijk te blijven. Zijn stijl en realisme doen me denken aan Tolstoj, en deze overeenkomst wordt nog eens versterkt door het hartverscheurende slot, dat veel weg heeft van dat beroemde verhaal van Tolstoj, De dood van Iwan Iljitsj. Tolstoj en Williams: beiden schrijven zó dat u denkt dat ze het over u hebben. Ook daarom las Stoner zo graag.
John Williams, Stoner. New York, 1965. Vertaling Edzard Krol, Amsterdam 2012. 319 blz.
15-05-2016
DOKTER ZJIVAGO
Ongeveer twee weken leefde Joeri Zjivago gelukkig samen met zijn Lara en haar dochtertje. Op de vlucht voor duistere vijanden hadden ze ergens buiten de bewoonde wereld het huis van een kennis opengebroken en zich daar genesteld. Er was voedsel, een kachel, een bed, brandhout. Rondom het huis lag een veld, bezaaid met sneeuw, wat verderop bevond zich een ravijn. En 's avonds en vooral 's nachts was het zo heerlijk stil, dat hij eindelijk kon doen waar hij zo naar gesmacht had: schrijven. Essays, verhalen en vooral poëzie. Totdat hij op een nacht een vreemd, hoog geluid hoorde. Toen hij buiten stond, zag hij enkele figuurtjes, die zich snel uit de voeten maakten. Wolven. De volgende nacht stonden ze ietsje dichterbij en waren er een paar bijgekomen. De dreiging was er weer.
Alle mannen vielen voor de achteloze schoonheid van Lara. Lang en slank, grijze ogen, blond, elegant en met een helder verstand leek ze voor Joeri onbereikbaar, totdat ze in een bibliotheek met elkaar in gesprek kwamen en hij haar thuis ging opzoeken. Beiden waren gelukkig getrouwd, maar met een partner die ver weg leefde. Ze bewondert zijn standvastigheid en intelligentie, zijn wipneus vergeeft ze hem. Hun liefde is puur, hun trouw onvoorwaardelijk. Als er ooit mensen voor elkaar bestemd zijn, dan geldt dat wel voor Lara en Joeri.
Maar de mens is slechts een speelbal van het lot, een nietig wezen in de greep van de macht die geschiedenis heet. Zjivago - arts, dichter, denker - heeft daar zijn eigen filosofie over. De geschiedenis is een proces dat niet door machtige persoonlijkheden wordt bepaald, al kunnen zij wel voor revoluties zorgen. Maar daarvoor en daarna kabbelt het leven jarenlang verder, met nauwelijks merkbare veranderingen. Zjivago maakt echter de roerige tijd mee: de revolutie van 1917, die hij aanvankelijk toejuicht, en de ontberingen en mensenjachten die daarop volgen. Onafhankelijk denker als hij is, ziet hij het marxisme en de collectivisatie die daarmee samenhangt als iets tijdelijks, iets wat nu onaangenaam is, maar wel weer voorbijgaat. Achtervolgingen, bedreigingen en voedselgebrek brengen hem van Moskou naar de Oeral en via Siberië weer terug. Je ziet hem aan lager wal raken, al blijft zijn zelfbewustzijn ongebroken. Wat hem overeind houdt is de kracht van de liefde en zijn geloof dat de (dicht)kunst het leven glans geeft, omdat deze al het andere, inclusief de dood, overwint. Inderdaad, het boek is heel anders dan de film.
Omdat de roman vernietigend was voor het Sovjetregime kon Dokter Zjivago niet in Rusland gepubliceerd worden. Dat gebeurde in Italië, in 1957. Het succes was gigantisch; iedereen zag in dat dit meesterwerk op hetzelfde niveau stond als de wereldberoemde romans van Tolstoj en Dostojewski. In 1958 kreeg Boris Pasternak (1890 - 1960) de Nobelprijs voor Literatuur toegekend, die hij echter onder druk van zijn communistische regering moest weigeren. Lang na zijn dood is alles weer goed gekomen: in 1989 mocht het boek in de Sovjet - Unie verschijnen en in datzelfde jaar nam zijn zoon alsnog de Nobelprijs in ontvangst.
Boris Pasternak, Dokter Zjivago. Uitgegeven in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot, vertaald door Aai Prins, de gedichten door Margriet Burg en Marja Wiebes, 2016, 685 blz.
Alle mannen vielen voor de achteloze schoonheid van Lara. Lang en slank, grijze ogen, blond, elegant en met een helder verstand leek ze voor Joeri onbereikbaar, totdat ze in een bibliotheek met elkaar in gesprek kwamen en hij haar thuis ging opzoeken. Beiden waren gelukkig getrouwd, maar met een partner die ver weg leefde. Ze bewondert zijn standvastigheid en intelligentie, zijn wipneus vergeeft ze hem. Hun liefde is puur, hun trouw onvoorwaardelijk. Als er ooit mensen voor elkaar bestemd zijn, dan geldt dat wel voor Lara en Joeri.
Maar de mens is slechts een speelbal van het lot, een nietig wezen in de greep van de macht die geschiedenis heet. Zjivago - arts, dichter, denker - heeft daar zijn eigen filosofie over. De geschiedenis is een proces dat niet door machtige persoonlijkheden wordt bepaald, al kunnen zij wel voor revoluties zorgen. Maar daarvoor en daarna kabbelt het leven jarenlang verder, met nauwelijks merkbare veranderingen. Zjivago maakt echter de roerige tijd mee: de revolutie van 1917, die hij aanvankelijk toejuicht, en de ontberingen en mensenjachten die daarop volgen. Onafhankelijk denker als hij is, ziet hij het marxisme en de collectivisatie die daarmee samenhangt als iets tijdelijks, iets wat nu onaangenaam is, maar wel weer voorbijgaat. Achtervolgingen, bedreigingen en voedselgebrek brengen hem van Moskou naar de Oeral en via Siberië weer terug. Je ziet hem aan lager wal raken, al blijft zijn zelfbewustzijn ongebroken. Wat hem overeind houdt is de kracht van de liefde en zijn geloof dat de (dicht)kunst het leven glans geeft, omdat deze al het andere, inclusief de dood, overwint. Inderdaad, het boek is heel anders dan de film.
Omdat de roman vernietigend was voor het Sovjetregime kon Dokter Zjivago niet in Rusland gepubliceerd worden. Dat gebeurde in Italië, in 1957. Het succes was gigantisch; iedereen zag in dat dit meesterwerk op hetzelfde niveau stond als de wereldberoemde romans van Tolstoj en Dostojewski. In 1958 kreeg Boris Pasternak (1890 - 1960) de Nobelprijs voor Literatuur toegekend, die hij echter onder druk van zijn communistische regering moest weigeren. Lang na zijn dood is alles weer goed gekomen: in 1989 mocht het boek in de Sovjet - Unie verschijnen en in datzelfde jaar nam zijn zoon alsnog de Nobelprijs in ontvangst.
Boris Pasternak, Dokter Zjivago. Uitgegeven in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot, vertaald door Aai Prins, de gedichten door Margriet Burg en Marja Wiebes, 2016, 685 blz.
01-05-2016
HET GRAS VAN DE NACHT
Van een gepassioneerde relatie tussen Dannie en Jean kun je eigenlijk niet spreken. Ze lopen weleens gearmd, brengen een enkele keer de nacht samen door, maar je hebt toch meer het idee dat deze jonge mensen van rond de twintig die zo vertrouwelijk met elkaar omgaan, vrienden zijn, niet minder, maar zeker ook niet meer. Ze leerden elkaar kennen in een cafetaria van een universiteit; daar in de buurt had zij een kamertje. Kort daarna vroeg ze hem of hij haar met verhuizen wilde helpen. Haar twee reistassen bracht Jean dus over naar Unic Hôtel in Montparnasse.
Tijdens een wandeling op een zondagmiddag komt hij in die buurt terecht, wat straten die ingeklemd liggen tussen een kerkhof en een station. Als blijkt dat de tijd na bijna vijftig jaar wel heel veel heeft weggevaagd, begint zijn geheugen te werken en thuis zal hij nog eens gaan bladeren in een zwart notitieboekje waarin hij namen, data, pleinen, afspraken placht te noteren. Want hij is een professioneel schrijver geworden, met een hang naar het verleden en een voorliefde voor tragische vrouwen uit de achttiende en negentiende eeuw, die ook geregeld opduiken, al was het maar in zijn dromen.
Die drie maanden met Dannie blijven in zijn hoofd rondspoken. Door haar leert hij mysterieuze mannen kennen, die elkaar ontmoeten in de lounge van Unic Hôtel. Niemand weet hoe ze aan de kost komen, wat ze op fluisterende toon met elkaar bespreken, waar ze die opzichtige auto van betalen. Dat het allemaal niet pluis is, begrijpt Jean als hij door een rechercheur verhoord wordt. En één van de duistere mannen, van wie later blijkt dat hij voor de Marokkaanse veiligheidsdienst werkt, waarschuwt hem dat Dannie in "een smerig zaakje" verwikkeld is. Wandelend door Parijs, op zoek naar oude plekken en vertrouwde cafés, roept hij het verleden in zich op, dat hij vervolgens probeert vast te leggen door aantekeningen te maken. En wie weet of hij, al dwalend, Dannie tegenkomt, die toen zo plotseling verdwenen is. Ja, je kunt Jean een romanticus noemen, iemand die verlangt naar het geluk van vroeger.
Het gras van de nacht, één van de laatste romans van Nobelprijswinnaar Patrick Modiano, heeft wel wat weg van een detective. Dannie heeft een donker verleden, ze kijkt altijd onrustig om zich heen, heeft al verschillende namen gebruikt. Er is sprake van een politieonderzoek, een dode die in de nacht weggesleept wordt, onbetrouwbare types. Maar het belangrijkste is de rol van de tijd. Wat doen we met onze herinneringen? Hoe beschermen we ze tegen de vergetelheid, als dat al mogelijk is? Wat leren we van het verleden? De grote slokop is Parijs: tegen de achtergrond van deze steeds veranderende wereldstad brengt het leven ons voor een korte tijd samen met anderen op wie we al of niet gesteld raken, maar die opeens uit ons bestaan verdwijnen. Daarom dolen er ook zoveel eenzame mensen door Parijs rond en dat doen ze dus ook in de melancholieke romans van Modiano.
Patrick Modiano, Het gras van de nacht. Vertaald uit het Frans door Maarten Elzinga, Amsterdam, 2014. 166 blz. Oorspronkelijke titel: L'herbe des nuits. Paris, 2012.
Tijdens een wandeling op een zondagmiddag komt hij in die buurt terecht, wat straten die ingeklemd liggen tussen een kerkhof en een station. Als blijkt dat de tijd na bijna vijftig jaar wel heel veel heeft weggevaagd, begint zijn geheugen te werken en thuis zal hij nog eens gaan bladeren in een zwart notitieboekje waarin hij namen, data, pleinen, afspraken placht te noteren. Want hij is een professioneel schrijver geworden, met een hang naar het verleden en een voorliefde voor tragische vrouwen uit de achttiende en negentiende eeuw, die ook geregeld opduiken, al was het maar in zijn dromen.
Die drie maanden met Dannie blijven in zijn hoofd rondspoken. Door haar leert hij mysterieuze mannen kennen, die elkaar ontmoeten in de lounge van Unic Hôtel. Niemand weet hoe ze aan de kost komen, wat ze op fluisterende toon met elkaar bespreken, waar ze die opzichtige auto van betalen. Dat het allemaal niet pluis is, begrijpt Jean als hij door een rechercheur verhoord wordt. En één van de duistere mannen, van wie later blijkt dat hij voor de Marokkaanse veiligheidsdienst werkt, waarschuwt hem dat Dannie in "een smerig zaakje" verwikkeld is. Wandelend door Parijs, op zoek naar oude plekken en vertrouwde cafés, roept hij het verleden in zich op, dat hij vervolgens probeert vast te leggen door aantekeningen te maken. En wie weet of hij, al dwalend, Dannie tegenkomt, die toen zo plotseling verdwenen is. Ja, je kunt Jean een romanticus noemen, iemand die verlangt naar het geluk van vroeger.
Het gras van de nacht, één van de laatste romans van Nobelprijswinnaar Patrick Modiano, heeft wel wat weg van een detective. Dannie heeft een donker verleden, ze kijkt altijd onrustig om zich heen, heeft al verschillende namen gebruikt. Er is sprake van een politieonderzoek, een dode die in de nacht weggesleept wordt, onbetrouwbare types. Maar het belangrijkste is de rol van de tijd. Wat doen we met onze herinneringen? Hoe beschermen we ze tegen de vergetelheid, als dat al mogelijk is? Wat leren we van het verleden? De grote slokop is Parijs: tegen de achtergrond van deze steeds veranderende wereldstad brengt het leven ons voor een korte tijd samen met anderen op wie we al of niet gesteld raken, maar die opeens uit ons bestaan verdwijnen. Daarom dolen er ook zoveel eenzame mensen door Parijs rond en dat doen ze dus ook in de melancholieke romans van Modiano.
Patrick Modiano, Het gras van de nacht. Vertaald uit het Frans door Maarten Elzinga, Amsterdam, 2014. 166 blz. Oorspronkelijke titel: L'herbe des nuits. Paris, 2012.
Abonneren op:
Posts (Atom)