01-09-2023

GEHEUGEN, SPREEK

 "De wieg schommelt boven een afgrond en het gezond verstand zegt ons dat ons bestaan niet meer is dan een vluchtig kiertje licht tussen twee eeuwigheden van duisternis." Een auteur die met deze wijsheid zijn memoires begint, is gezegend met een groot gevoel voor  betrekkelijkheid èn met literair talent. Hier is dan ook Vladimir Nabokov (Sint - Petersburg, Rusland; 1899 - 1977) aan het woord, vermaard auteur van vooral Engelstalige romans en korte verhalen. Lolita maakte hem beroemd.

Zijn herinneringen beslaan de eerste 41 jaar van zijn leven. Daaruit blijkt dat als er ooit iemand met een gouden lepel in zijn mond geboren werd, dat Vladimir wel is. De Nabokovs beschikten over het landgoed Wyra in het district Sint - Petersburg; ze bezaten bovendien een monumentaal herenhuis in het centrum van dezelfde stad. In het huis op het landgoed bevonden zich vijf badkamers en een groot aantal wastafels en toiletten. Lange reizen naar het buitenland waren normaal: Berlijn, Parijs, Zuid - Franrijk. Een stoet van vooral Engelse, Franse en Duitse kinderjuffrouwen, gouverneurs en gouvernantes zorgden voor opvoeding en scholing. Daarom leerde Vladimir eerder Engels lezen en schrijven dan Russisch. Vader en moeder hielden zich overigens, en dat is in die kringen niet zo gebruikelijk, nadrukkelijk met hun kinderen bezig. Vladimir was op beiden zeer gesteld.

Macht, rijkdom, aanzien: voor alle Nabokovs was dat vanzelfsprekend. Ergens gaat Vladimir wat dieper op hun familiegeschiedenis in. Het wemelt dan van grootgrondbezitters, generaals, ministers, baronnen en baronessen van de tak Von Korff. Sommigen hebben een Nabokov - neus, anderen, onder wie onze auteur, een Korff - reukorgaan. Iets dergelijks speelt ook als het om muzikaliteit gaat. Er is een zestiende - eeuwse organist Wolfgang Graun in de familie, veel later de componist Carl Heinrich Graun; Vladimirs vader was dol op muziek en Dimitri, de zoon van Vladimir werd een professionele operazanger. En Vladimir zelf? Totaal geen gevoel voor muziek.

Het wordt tijd dat we het over de hoofdpersoon van deze autobiografie gaan hebben. Zijn hele leven lang vertikte hij het om zich bij welke beweging dan ook aan te sluiten. Geen groepswerk, geen debatingclubs, terwijl juist zijn vader hoge politieke posities bekleedde. Taalbegaafd was hij in hoge mate, maar alleen schriftelijk. Mondeling was hij bij lange na niet zo trefzeker als hij zou willen; daarom dat hij veel later, als beroemd auteur, alleen schriftelijk vragen wilde beantwoorden. Op zijn elfde las hij voor het eerst Oorlog en vrede. Zijn eerste gedicht schreef hij op zijn vijftiende, en poëzie werd haast een verslaving; op zijn zestiende werd hij echt heel erg verliefd; het bedenken van schaakproblemen een langdurige hobby. Maar zie in hem absoluut geen studeerkamermannetje. Vladimir was erg sportief: hij voetbalde (keeper), schaatste, skiede, tenniste, bokste, schermde. Inderdaad, zo'n jeugd wil iedereen wel.

Toen eind 1917 Lenin aantrad, werd al snel alles anders. Bloedvergieten, gijzelingen en concentratiekampen deden iedereen die iets bezat begrijpen dat aan vluchten niet te ontkomen viel. Eerst naar de Krim, maar toen in maart 1919 het Rode Leger ook daar binnenviel, vluchtte het gezin naar Constantinopel en Piraeus, en vervolgens naar West - Europa. Al hun bezittingen moesten ze achterlaten. Dankzij een vooruitziende kamenier, die in november 1917 snel wat juwelen in een nécessaire had geveegd, konden ze aanvankelijk het hoofd boven water houden. In 1922 zal hij in Cambridge afstuderen; zijn carrière als schrijver heeft dan al een aanvang genomen.

Vlinders begon hij al te vangen toen hij nog een jongen was. Zijn hele leven zal hij daar hartstochtelijk mee door blijven gaan en daar ook een zekere reputatie in opbouwen. Dat hij vele jaren hard moest werken en vaak een armoedig bestaan leidde, deerde hem eigenlijk niet. Rusland zal hij nooit meer mogen betreden, maar geef hem op een willekeurig continent iets wat lijkt op op het land rondom Sint - Petersburg, en zijn hart smelt. 

Vladimir Nabokov, Geheugen, spreek. Nederlandse vertaling van Rien Verhoef van Speak, Memory (New York, 1989). De Bezige Bij, Amsterdam, 1992. 324 blz.



16-08-2023

EEN FILMKLASSIEKER: TAXI DRIVER

 De kijker vermoedt dat Travis een Vietnamveteraan is, al praat niemand daarover. Hijzelf noemt zich bij zijn sollicitatie een marinier die eervol ontslag heeft gekregen. Dat hij taxichauffeur wil worden omdat hij 's nachts niet kan slapen, doet al vermoeden dat er iets niet met hem in orde is. Dat idee wordt vervolgens versterkt door zijn obsessieve verliefdheid op Betsy (Cybill Shepherd), die hij op hun eerste date meeneemt naar een pornobioscoop. Betsy maakt dat ze wegkomt. Travis voelt zich nu nog eenzamer, zodat hij zijn nachten vult met tochten door het rauwe New York. 

Want deze wereldstad is de tweede hoofdpersoon in Taxi Driver. De neonreclames, helverlichte etalages, slecht onderhouden asfaltstraten en overvolle trottoirs met pooiers, hoeren, dieven zijn voortdurend in beeld en versterken zijn neerslachtige gevoelens, die er uiteindelijk voor zorgen dat Travis psychisch steeds verder achteruit gaat. Toch liet mij het tragische bestaan van deze hoofdpersoon (fantastische rol van Robert de Niro) tamelijk koud. Hij is eigenlijk een kleurloze man, die bijvoorbeeld vragen over politiek, muziek, film niet kan beantwoorden. Zijn dwangneurose behelst het schoonhouden van de stad, wat ook inhoudt dat hij optreedt tegen criminelen die zeer jonge meisjes voor zich laten werken. De toen veertienjarige Jodie Foster kreeg zo haar eerste grotere rol. 

Het slot is onwaarschijnlijk, dus teleurstellend, pathetisch, overbodig. Met mij dachten velen dat het hier om een droom of visioen ging, maar nee: zowel regisseur Martin Scorsese als scenarist Paul Schrader verkondigde dat die laatste minuten als 'echt'  beschouwd moeten worden. Erg, erg jammer. 

Waarom dan toch een klassieker? Vriend en vijand zijn het erover eens dat de film zó gedurfd en zó origineel is, met zulke briljante acteursprestaties, dat het hier gaat om een beslissende film voor zijn tijdvak, zoals onze eigen Paul Verhoeven het formuleert. En dat mag hij vinden, ook al ben ik wat terughoudender.

Taxi Driver. Regisseur: Martin Scorsese. Acteurs: Robert de Niro, Cybill Shepherd, Jodie Foster, Harvey Keitel, Peter Boyle. Uitgekomen in: 1976. Land: Verenigde Staten.

02-08-2023

THE QUIET GIRL

Mei 1981, op het Ierse platteland. Wat de negenjarige Cáit eigenlijk het liefste doet, is zich verstoppen. Voor haar zusjes, haar vader, haar moeder. Want niemand is eigenlijk aardig.  Niet dat ze geplaagd wordt, maar ze hoort er niet echt bij. Zwijgend en de andere kant opkijkend gaat ze door het harde leven. Als haar moeder weer zwanger raakt en haar vader, die als boer nauwelijks het hoofd boven water kan houden, te weten komt dat Cáit in de zomer uit logeren mag, slaan haar ouders meteen toe. Op drie uur rijden woont een kinderloos echtpaar, Eibhlin en Seán, ook met een boerenbedrijf, dat het meisje graag een tijdje bij zich wil hebben. Ze zijn nauwelijks familie: Eibhlin is een nichtje van Cáits moeder.

Wanneer pa zijn dochtertje afzet, heeft hij zo'n haast dat hij haar koffertje met kleren per ongeluk weer mee terug neemt. Vanuit de auto zwaait hij even naar haar. Later zal het meisje aan Eibhlin vertellen dat haar moeder had gezegd toen ze thuis vertrokken: " Ze mogen je net zo lang houden als ze maar willen." 's Nachts plast ze in bed, want ze durft niet op die vreemde po.

Maar ze bloeit op, want haar oppasouders hebben geduld met dat stille meisje, berispen nooit, prijzen haar waar mogelijk, betrekken haar bij allerlei karweitjes. Ze praat wanneer dat nodig is, observeert wat er om haar heen gebeurt, en onthoudt. Dus merkt ze dat Eibbhlin en Seán, in tegenstelling tot haar eigen ouders, wel een goed huwelijk hebben, maar ook ergens onder lijden. Dat maakt haar nog wat toeschietelijker, aanhankelijker, liever. Maar ja, eens is de zomervakantie voorbij...

The Quiet Girl is zo'n eenvoudige film waar de warmte, de tact, de menselijkheid vanaf straalt. Als Seán wat grof tegen haar uitgevallen is, laat hij zwijgend een koekje op tafel achter. Wanneer blijkt dat ze hard kan lopen, neemt hij telkens haar tijd op, en stelt goedkeurend vast dat ze wéér sneller geworden is. Eibhlin geeft het stevige matras de schuld als ze de bedplasserij ontdekt. U begrijpt dat de brief van Cáits moeder, waarin ze meldt dat de schoolvakantie bijna voorbij is, behoorlijk aankomt.

Voor regisseur Colm Bairéad is het zijn eerste film. Die is gebaseerd op de roman Foster van Claire Keegan, met wie hij ook het scenario schreef. De film is genomineerd voor de Oscar voor Beste Buitenlandse Film in 2023.
The Quiet Girl. Regisseur: Colm Bairéad. Acteurs: Catherine Clinch (Cáit!), Carrie Crowley, Andrew Bennett. Land: Ierland. Uitgebracht: in 2022.


17-07-2023

EEN VOETBALLEVEN

En toen brak de dag aan waar hij voor gewaarschuwd was. Geen baan, geen huis, geen vrouw, geen vrienden. Alles weg. En het ergste was het besef dat hij niemand iets kon verwijten, behalve zichzelf. De schuld lag bij hem, en bij niemand anders.

Eerzuchtige voetbalvaders dromen van een zoon zoals hij. Freddy kon alles met een bal, was snel, behendig en schoot als jongen van twaalf al net zo hard als een volwassen man. Elke leider van de teams waarin hij speelde, riep tegen zijn medespelers: "Alle ballen op Freddy!" Zijn vader stond dan glunderend langs de lijn, bewonderend omringd door andere pa's, die diep in hun hart zó jaloers waren, dat ze hoopten op ongelukkige momenten van de ster in wording. Maar dat gebeurde zelden; al spoedig kwamen de managers op Freddy's vader af om zich voor te stellen en hun kaartje af te geven. Het profvoetbal lonkte.

School was toch belangrijker voor hem dan men dacht. Fred was zich er al jong van bewust dat een sportcarrière ook snel voorbij kan zijn. Had zijn concurrent Jimmy niet een dubbele beenbreuk opgelopen? Die was nu al blij dat hij maar een beetje hinkte. Maar met al die trainingen en wedstrijden in een week zat veel huiswerk maken er niet in. De havo werd verwisseld voor de mavo. Voor de leuke meisjes maakte het niet uit. Hij koos er een die hem slaafs volgde en zelfs bereid was om zijn sporttas van de auto naar het kleedlokaal te dragen. 

De echte verleidingen kwamen toen hij het Nederlands elftal haalde en de grote clubs van Europa serieuze interesse toonden. In discotheken werd hij benaderd door attractieve vrouwen die wel tien jaar ouder waren; mannequins van naam en allerlei fotomodellen lieten weten graag met hem naar shows, galadiners of feesten te gaan. Geld was al lang geen onderwerp van gesprek meer. Toen hij in Engeland op het hoogste niveau voetbalde, had Fred een tijdlang de gewoonte om elke week 80.000 pond van de bank te halen en die in dezelfde week op te maken. Er zaten in de kleedkamer elftalgenoten naast hem, die telefoontjes, afgezet met diamanten, lieten zien. Met zijn Russische teamgenoten bezochten ze na elke wedstrijd de exclusieve nachtclubs van Moskou en bestelden flessen champagne van een paar duizend euro, die ze vaak niet eens opdronken.

Inderdaad, Fred kon de weelde niet aan, de verloedering sloeg toe, de prestaties werden minder. Twee mislukte huwelijken, vier kinderen, een berg alimentatie, dan kan een derde Ferrari er niet meer vanaf. Bovendien gaat het lichaam slijten. Zo tussen zijn dertigste en vijfendertigste begon hij last te krijgen van knieën, achillespezen, rug. Hij werd niet meer opgesteld, alleen kleinere clubjes hadden nog interesse, de zogenaamde vrienden en vriendinnen bleven weg. 

Het leven werd grauw, elke dag leek op de vorige. Was er vroeger nog de spanning van de komende wedstrijd, de ontspanning, vreugde of verdriet na een duel, nu gebeurde er eigenlijk niets, behalve dat er af en toe een ex belde om te vragen waar het geld bleef. Voor Fred was het casino een mooie uitlaatklep. Hij belde een taxi die hem naar een grote stad reed, zette een zonnebril en pet op, en ging aan de roulettetafel zitten. Eindelijk opwinding, spanning, winnen of verliezen, zoals hij dat jarenlang had meegemaakt. Maar inderdaad, het casino wint uiteindelijk altijd.

Vorige week zag ik Fred terug. Er stond een dronken man op straat bij de uitgang van de bioscoop die ik net verliet. Hij riep: " Mensen, ik vind er hier niets meer aan! Jullie wel? Ik ben Fred, ik heb vroeger gevoetbald, weten jullie nog?"  

Niemand, reageerde, iedereen liep door. Hij keek me aan, maar herkende me niet. Tsja, het is waar: roem en geld zijn slecht voor een mens.
 

04-07-2023

DE BIBLIOTHEEK VAN GEHEIME DROMEN

 Tokyo is verdeeld in wijken. In elk stadsdeel staat een Community House, waar voor de wijkbewoners allerlei evenementen en cursussen worden georganiseerd, van schaken tot en met bloemschikken. Jong en oud, hoog of laag opgeleid, man of vrouw, iedereen kan daar terecht en doet dat ook. Ideaal om ook eens andere mensen te ontmoeten.

De wijk Hatori beschikt dus ook over zo'n House met eigen bibliotheek. Alle inwoners van Hatori mogen maximaal zes boeken lenen, met een uitleentermijn van twee weken; de lezerspas is gratis. Je ontkomt daar niet aan een ontmoeting met de bibliothecaresse, mevrouw Sayuri Komachi. Ze zit wat apart van de anderen: ingebouwd tussen een afscheidingswand en een L - vormige balie. Als je haar voor het eerst ziet, schrik je. Ze is namelijk een enorme, grote vrouw. Bleek gezicht, met een kin die naadloos overgaat in haar nek. Haar haar zit strak in een klein knotje boven op haar hoofd. Daarin zit één haarspeld gestoken, en aan het uiteinde daarvan bungelen drie kwastjes met mooie versieringen van witte bloemetjes. Wanneer ze je aankijkt, blijkt ze een witte rand onder in haar ogen te hebben. Haar blik is zó scherp, dat je even terugdeinst. Maar haar stem maakt alles goed: innemend, warm, uitermate geruststellend.

Wie zich bij haar aanmeldt voor een advies, krijgt steeds de vraag: " Waar bent u naar op zoek? " Terwijl je je antwoord formuleert, bestudeert ze je aandachtig. Na een paar minuten draait ze zich om naar haar computer, zoekt wat op en begint razendsnel te tikken. Dat print ze vervolgens uit; ze overhandigt je een vel papier met boeken over jouw onderwerp. Maar helemaal onderaan staat een boek dat daar helemaal niets mee te maken heeft. Vervolgens geeft ze je een bonus: een vilten voorwerp dat misschien een dier uitbeeldt of een koekenpan, want met vilten is ze de hele dag bezig. Ze knikt je vervolgens kort toe en vervolgt haar werkzaamheden, zonder nog naar je om te kijken. Haar taak is volbracht.

Helpt ze hiermee mensen verder? De vijf over wie in De bibliotheek van geheime dromen verteld wordt in ieder geval wel. Neem bijvoorbeeld de eerste: Tomoka, 21 jaar, verkoopster van dameskleding. Zij komt van het Japanse platteland  en woont nu in haar eentje in Tokyo. Ze wil carrière maken en zelfstandig zijn, maar hoe doe je dat? Nou, door een computercursus te volgen in het House, en voor je zelf te koken in plaats van goedkope, ongezond afhaalmaaltijden te nuttigen. Gewoon aan iets beginnen wat zich aandient en dan blijk je meer te kunnen dan je dacht.

Of kijk eens naar meneer Masao, 65 jaar, gepensioneerd, de laatste uit de rij. Tweeënveertig jaar heeft hij bij dezelfde werkgever zijn plicht gedaan. Elke dag ging hij op een vast tijdstip met de trein, zat op een vaste werkplek op zijn vaste afdeling en voerde de taken uit die voor hem lagen. Nu is hij met pensioen, heeft geen enkele hobby en is in niets speciaal geïnteresseerd. Wat nu? Hij hoort dat in het House lessen in go gegeven worden, en zo ontmoet hij mevrouw Komachi. Zij laat hem nadenken over het misverstand dat alleen de werkenden de maatschappij draaiende houden. Zij raadt hem om zijn hart te volgen en benadrukt dat lang niet alles beslist tot iets moet leiden. Ook als dat niet lukt, kan het toch erg leuk geweest zijn.

De Japanse schrijfster Michiko Aoyama (geboren 1970) toont de lezer in haar roman vijf mensen die voor een belangrijke keuze in hun leven staan. Ze worden allen in verband gebracht met hetzelfde gebouw en dezelfde raadgeefster. Bovendien keren enkele hoofdpersonen als bijfiguur terug in andere verhalen, zodat deze roman duidelijk een eenheid vormt. Als lezer krijg je zo een aardig beeld van de moderne Japanse samenleving van, laten we zeggen, de middenklasse. Het is geen meeslepende, maar wel heel leesbare roman geworden, die jammer genoeg nogal braaf is. Iedereen blijkt toch aardig, en de  moralistische lessen klinken erg positief. Op één punt hebben de dames Komachi en Aoyama volkomen gelijk: boeken lezen maakt een mens wijzer en gelukkiger. Lezen is voedsel voor de ziel. 

Michiko Aoyama, De bibliotheek van geheime dromen. Uit het Japans vertaald door Elbrich Fennema. Meulenhoff, Amsterdam, 2023. 286 blz. 


16-06-2023

FEESTEN OP JAGTLUST

 Eerst is er het landhuis: Jagtlust, gebouwd in 1871, gelegen aan de weg tussen Laren en Blaricum, vol enorme kamers, parketvloeren en met een statige hal. Als je de buitendeuren openslaat, bevind je je in een tuin als een park, waarin een vijver en oude beuken. 

Dan is er de persoon om wie alles en iedereen draait: Fritzi ten Harmsen van der Beek (Blaricum; 1927 - 2009). In 1954 betrekt zij met haar zoontje het al jaren leegstaande en dus vervallen pand, en zal daar tot 1971 blijven wonen. In deze periode zullen hier aankomende en gerespecteerde schrijvers, dichters, journalisten, acteurs, actrices, schilders, mensen met een dubbele achternaam en rijkeluiskinderen hele dagen en nachten feesten, drinken, drugs gebruiken en elkaar beminnen. Namen? Bernlef, Hugo Brandt Corstius, Tonio Hildebrand, Rijk de Gooyer. Maar er werd wel geselecteerd: wat je ouders deden en hoe je achternaam luidde, was van belang. Simon Vinkenoog en Harry Mulisch maakten weinig kans, Daan van de Wall Bake en Robbie van Erven Dorens konden zo doorlopen.

Voor wie kwam men? Natuurlijk ook voor elkaar, maar Fritzi was het geheim, de sleutel, iemand met een haast magnetische aantrekkingskracht. Uitgesproken mooi kon je haar niet noemen, al was ze vrij lang, had ze prachtige grote ogen en een wat hese stem. Ze sprak in gebeeldhouwde volzinnen (Gerard Reve heeft goed naar haar geluisterd), praatte eindeloos tegen iedereen, en gaf met name de mannen het prettige gevoel dat ze breekbaar was en beschermd moest worden. Een stoet van minnaars was het gevolg. Remco Campert had het meeste geluk: hij mocht twee jaar met haar getrouwd zijn.

Fritzi beschikte over veel talenten: essays schrijven, dichten, tekenen, schilderen - zelfs de strenge criticus Kees Fens prees haar literaire werk zeer. Maar daar staat tegenover dat ze totaal geen eerzucht had, commercieel volstrekt ongeïnteresseerd, en vooral door helemaal niemand tot wat dan ook gedwongen wilde worden. Een einzelgänger, een vrouw die buiten de maatschappij wilde blijven staan, die volkomen lak had, haar hele leven lang, aan conventies, regels en afspraken. 

Annejet van der Zijl schetst in haar debuut Jagtlust een tijdsbeeld van een generatie die volwassen had moeten worden in de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig en zestig haalde men de schade in: vrijheid, onafhankelijkheid, plezier, zorgeloosheid! Daarna, in de jaren zestig en zeventig, zullen de provo's en de hippies die rol overnemen. En Annejet zal nog diverse boeken schrijven waarin ze laat zien dat non - fictie zoveel boeiends te bieden heeft. Mijn favoriet? Moord in de Bloedstraat.

Annejet van der Zijl, Jagtlust. Eerste druk 1998. Achttiende druk 2023, Hollands Diep, Amsterdam. 223 blz. 

01-06-2023

SWANSDALE, EEN HEFTIGE GESCHIEDENIS

 De gevoelens worden wel heel dik aangezet in Swansdale, de laatste roman van P.F. Thomése, en dat geldt ook voor de gebeurtenissen die erin voorkomen. Mijn hemel! De vader van Elsa lijdt aan ongeneeslijke kanker, de vader van Percy heeft zelfmoord gepleegd, de broer van Elsa is een psychopaat en hij geniet daarvan, en er wordt een nooit opgehelderde moord gepleegd. Voeg daarbij dat Elsa haar pleegmoeder haat en Percy overduidelijk laat merken dat hij zich doodongelukkig voelt bij zijn moeder en stiefvader, en u begrijpt dat in het landelijke, lieflijke, Engelse Swansdale de emoties hoog kunnen oplaaien. Tenminste in de gezinnen waar Elsa en Percy opgroeien. 

En dat zijn dus twee gebroken gezinnen, met twee uitgesproken pubers. Door hun ogen zien we alles gebeuren, Elsa is heel gevoelig, sociaal wat onhandig, zoekt geborgenheid. Percy beseft dat zijn moeder zwaar in hem teleurgesteld is. Hij heeft geen ambitie, geen eerzucht, werkt niet, leert niet, toont nauwelijks liefde of aandacht voor wat hem omringt. Hij droomt ervan te zijn als zijn echte vader, die voor Amerika gevochten heeft in Vietnam. 

Elsa en Percy voelen zich nadrukkelijk tot elkaar aangetrokken, ze lijken ergens op elkaar. Zij fantaseert over haar moeder, die ze mist, hij over zijn vader die hij bewondert. Percy heeft een dominante moeder, Elsa een overheersende stiefmoeder. Ze cirkelen om elkaar heen, doen onhandig, zoals dat hoort bij pubers. Zeker, puberleed, maar wel erg uitvergroot.

Iedereen had en heeft het moeilijk in deze roman, maar er is voor sommigen een uitweg: muziek. Die biedt afleiding, troost en geeft voor een enkeling zelfs een zin aan het leven. Iemand als Elsa ziet aan het eind van de roman in dat muziek herinneringen en verlangens oproept en een zanger of muzikant de gelegenheid biedt zijn diepste gevoelens prijs te geven.

Een rijk boek dus, zeker. Maar de ellenlange, breed uitgesponnen psychologisch getinte bespiegelingen vielen me toch wel zwaar.

P.F. Thomése, Swansdale. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2022. 378 blz.